Spanje | demografie

Demografie

Bevolkingssamenstelling

Bevolkingsdichtheid per provincie (2005).

Aan het begin van de 20e eeuw telde Spanje ongeveer 20 miljoen inwoners; dat aantal heeft zich inmiddels ruim verdubbeld tot 48.958.159 (2017). Het land is naar West-Europese maatstaven nog altijd dunbevolkt (bevolkingsdichtheid: 85,8/km²), en de bevolking is zeer ongelijkmatig verdeeld. De dichtstbevolkte gebieden vindt men aan de verschillende kusten en in de regio van Madrid terwijl het verdere binnenland slechts dunbevolkt is; veel binnenlandse dorpen zijn zelfs vrijwel onbevolkt (vaak alleen nog door oude mensen) doordat veel jongeren naar de kuststeden en Madrid trekken omdat daar meer en beter werk te vinden is. De Instituto Nacional de Estadística (INE) is belast met de samenstelling van het bevolkingsregister (censo).

Spanje ontvangt het grootste aantal immigranten van Europa. Van de totale immigratie richting de Europese Unie in 2005 vestigde 38,6% zich in Spanje. Het merendeel van de immigranten is afkomstig uit Zuid-Amerika, Afrika en Oost-Europa.

Steden en agglomeraties

Agglomeraties van Spanje
1rightarrow blue.svg Zie ook: Lijst van grote Spaanse steden.

De volgende lijst bevat de inwonertallen van de grootste steden en agglomeraties in Spanje. Voorsteden van Barcelona of Madrid, zoals Terrassa, Móstoles, Alcalá de Henares etc. zijn niét in deze lijst opgenomen.

Naam Inwoners
(2014) [5]
Rang
inw.
Agglomeratie
(2005)
Rang
aggl.
Autonome
gemeenschap
Madrid 3.165.235 1 6.095.439 1 Madrid
Barcelona 1.602.386 2 5.239.927 2 Catalonië
Valencia 786.424 3 1.832.274 3 Valencia
Sevilla 696.676 4 1.317.098 4 Andalusië
Zaragoza 666.058 5 683.783 9 Aragón
Málaga 566.913 6 1.074.057 5 Andalusië
Murcia 439.712 7 563.272 11 Murcia
Palma de Mallorca 399.093 8 474.035 13 Balearen
Las Palmas 382.283 9 616.903 10 Canarische Eilanden
Bilbao 346.574 10 947.581 6 Baskenland
Alicante 332.067 11 710.448 (met Elche) 8 Valencia
Córdoba 328.041 12 351.584 15 Andalusië
Valladolid 306.830 13 513.894 12 Castilië en León
Vigo 295.703 14 423.821 14 Galicië
Gijón 275.699 15 855.159 (met Oviedo) 7 Asturië

Talen

1rightarrow blue.svg Zie Talen in Spanje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Om de taal die in het Nederlands Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: español (Spaans) of castellano (Castiliaans, uit Castilië). Beide termen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zegt men vooral español, in Catalonië vrijwel nooit), maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.

Spaans wordt wereldwijd door meer dan 400 miljoen mensen als eerste taal gesproken. Hiermee is het, in termen van moedertaalsprekers, de tweede wereldtaal na het Mandarijn. Als ook de mensen die Spaans als tweede taal spreken worden meegerekend zijn er meer dan 500 miljoen sprekers wereldwijd. Het is de officiële taal in 20 landen, voornamelijk op het westelijk halfrond. Ook zijn er veel Spaanssprekenden in de Verenigde Staten, Brazilië en delen van de Filipijnen. In Puerto Rico (Amerikaans grondgebied) heeft het Spaans de status van officiële taal. Spaans is na het Engels de meest gestudeerde taal. Het is een van de zes officiële talen van de Verenigde Naties en van 22 andere organisaties waaronder de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie.

De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

Artikel III van de Spaanse Grondwet uit 1978 luidt als volgt:

Castiliaans (Spaans) is de officiële taal van de Spaanse Staat. (...) De andere Spaanse talen zijn ook officieel in de respectievelijke Autonome Gemeenschappen... [6]
Talen in Spanje:

 Castiliaans ( Spaans)

  Catalaans

  Baskisch

  Asturisch

  Extremeens

  Galicisch

  Aragonees

  Aranees (dialect van het Occitaans)

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:

  • Catalaans (Spaans: Catalán, Catalaans: Català): wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig gezien is het Catalaans dat in Valencia wordt gesproken geen Catalaans maar Valenciaans [bron?] (Spaans: Valenciano Catalaans: Valencià). Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen meer te onderscheiden.
  • Baskisch (Spaans: Vasco, Baskisch: Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.
  • Galicisch (Spaans: Gallego, Galicisch: Galego): wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan Spaans.
  • Aranees (Spaans: Aranés): wordt gesproken door slechts 4000 mensen in de Val d'Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Occitaans, dat voor het overige vooral in Frankrijk wordt gesproken.

Het Spaans, Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen, en stammen af van het Latijn. Binnen elk van deze talen bestaan echter ook verschillende dialecten.

De twee niet-officiële regionale talen zijn:

  • Asturisch (Spaans: Asturiano, Asturisch: Asturianu) wordt gesproken door ongeveer 100.000 mensen en wordt in Asturië wettelijk beschermd. Het is geen dialect van het Spaans, maar een aparte taal, en wordt in verschillende gebieden gesproken: Asturië, León, Zamora, Salamanca (daar heet de taal “llionés), Extremadura (daar heet de taal “extremeñu”) en Cantabrië (daar heet de taal “montañés”).
  • Aragonees (Spaans: Aragonés, Aragonees: Aragonés): wordt gesproken door slechts 10.000 mensen in de provincie Huesca in Aragón. Ongeveer 40.000 mensen kennen de taal of hebben het geleerd (neo-fabláns), meestal in Zaragoza en Huesca. In de rest van Aragón, zuiden van Navarra en sommige gebieden in Valencia en Castilië-La Mancha, wordt het vaak met het Spaans vermengd. Het Aragonees stamt af van het Latijn.

De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Ter vergelijking; in Spanje spreekt 24% van de bevolking een van de vier officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het Fries, door 400.000 inwoners oftewel slechts 2,4% van de bevolking gesproken.

Spanje kent buiten de genoemde talen ook nog talloze dialecten en streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde Andaluz ( Andalusisch) is voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan. Het Valenciaans, een variant van het Catalaans gesproken in de gelijknamige regio, wordt door veel Valencianen zelf zelfs als een aparte taal beschouwd.

Religie

Christendom

De dominante religie in Spanje is het rooms-katholicisme en het is een traditioneel rooms-katholiek land. Volgens een volkstelling van 2010 beschouwt 70,5% van de bevolking zich als katholiek. 0,2% is protestant, 2,3% is islamitisch, 0,4% heeft een andere religie en 26,6% is areligieus. [bron?]

De rooms-katholieke kerk in Spanje heeft zich in de Burgeroorlog principieel achter de door Franco geleide opstandelingen gesteld en verkreeg na het eind daarvan een officiële status in het landsbestuur. Deze geprivilegieerde status werd vastgelegd in het Concordaat dat in 1953 tussen de Spaanse regering en het Vaticaan werd gesloten. Ten gevolge van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd in de Spaanse Kerk het bewustzijn levend dat het samengaan met de staatsmacht afbreuk doet aan de evangelische verkondiging. De resoluties van het concilie hadden tot gevolg dat godsdienstvrijheid door de regering werd aanvaard en wettelijk werd erkend in de 'Ley de libertad religiosa' (28 juni 1967). Volgens artikel 16 van de grondwet van 1978 heeft geen enkele godsdienst het karakter van een staatsgodsdienst. In januari 1979 werd het Concordaat opgeheven; er werden vier akkoorden door Spanje en het Vaticaan ondertekend waarin de positie van de rooms-katholieke kerk in Spanje op vier terreinen (juridisch, cultureel, economisch en militair) is geregeld.

De territoriale indeling van de rooms-katholieke kerk omvat in totaal 63 aartsbisdommen en bisdommen die tezamen elf kerkprovincies vormen. De aartsbisdommen Madrid-Alcalá en Barcelona hebben geen suffragaanbisdommen en vallen rechtstreeks onder de H. Stoel. Primaat van Spanje is de aartsbisschop van Toledo.

In de laatste decennia is het aantal praktiserend gelovigen gedaald. Volgens een onderzoek van The New York Times in 2005 [bron?] gaat 18% van de bevolking regelmatig naar een kerkdienst. Binnen het deel van de bevolking dat wel religieus actief is zijn, net als in de meeste Europese landen, verschillende maten en niveaus van daadwerkelijke betrokkenheid te onderscheiden.

De heiligen Jakobus de Meerdere, Johannes van Ávila en Theresia van Ávila zijn de beschermheiligen van Spanje.

Protestanten, moslims en joden vormen kleine minderheden. Er bestaan een aantal protestantse bevolkingsgroepen, waarvan geen enkele uit meer dan 50.000 personen bestaat. Ook zijn er ongeveer 52.000 mormonen. [7]

Niet-christelijke religies

Tot aan het begin van de 16de eeuw was de bevolking van het huidige Spanje religieus divers. Zo woonden er naast christenen relatief grote groepen moslims en joden.

Islam
De Mezquita in Córdoba, nu in gebruik als kathedraal, maar oorspronkelijk een moskee

De islam was de religie van de Moren die in het begin van de 8ste eeuw vanuit Noord-Afrika het huidige Spanje binnengevallen waren en grote delen van het Iberisch Schiereiland onder hun invloed brachten. Het rijk dat zij daar stichtten werd Al-Andalus genoemd. Hun heerschappij in het huidige Spanje duurde tot 1492 toen het laatste Moorse bolwerk Granada als deel van de Reconquista door de katholieke koningen veroverd werd. Hiermee eindigde nog niet meteen de aanwezigheid van moslims in het huidige Spanje, hoewel wel wordt aangenomen dat de meeste moslims het Iberisch Schiereiland als gevolg van de Reconquista verlieten. Pas enige jaren na 1492 werden de overgebleven moslims gedwongen zich alsnog tot het christendom te bekeren, dan wel het land te verlaten. Zij die zich tot het christendom bekeerden, werden conversos of moriscos genoemd. Zij die het land alsnog verlieten, vertrokken vooral naar Noord-Afrika. Heden ten dage neemt het aantal moslims in Spanje als gevolg van immigratie en bekering toe.

Jodendom
De voormalige synagoge van Córdoba

De aanwezigheid van joden in het huidige Spanje gaat terug tot het begin van onze jaartelling. Men vermoedt dat het aantal joden met name in de tijd dat het huidige Spanje deel uitmaakte van het Romeinse Rijk aanzienlijk is toegenomen. Zij vormden een aanzienlijke minderheid van de totale bevolking van Spanje. De aanwezigheid van de Sefardim, zoals deze Iberische joden genoemd worden, in het huidige Spanje eindigde in het jaar 1492 toen de katholieke koningen het zogenoemde Verdrijvingsedict uitvaardigden. Als gevolg van dit edict werden alle Sefardim gedwongen zich tot het christendom te bekeren of het land te verlaten. Zij die zich tot het christendom bekeerden, werden conversos of denigrerend maranen (of zwijnen) genoemd. Zij en hun nakomelingen waren nadien veelvuldig het slachtoffer van de Spaanse Inquisitie. Zij die het land verlieten, vertrokken vooral naar Portugal (waar zij een aantal jaren nadien voor dezelfde keuze gesteld werden), het Ottomaanse Rijk en Noord-Afrika, en in kleinere aantallen uiteindelijk ook naar de Nederlanden.

In andere talen
Аҧсшәа: Еспаниа
Acèh: Seupanyo
адыгабзэ: Испание
Afrikaans: Spanje
Akan: Spain
Alemannisch: Spanien
አማርኛ: እስፓንያ
aragonés: Espanya
Ænglisc: Spēonland
العربية: إسبانيا
ܐܪܡܝܐ: ܐܣܦܢܝܐ
مصرى: اسبانيا
asturianu: España
авар: Испания
Aymar aru: Ispaña
azərbaycanca: İspaniya
تۆرکجه: ایسپانیا
башҡортса: Испания
Boarisch: Spanien
žemaitėška: Ispanėjė
Bikol Central: Espanya
беларуская: Іспанія
беларуская (тарашкевіца)‎: Гішпанія
български: Испания
भोजपुरी: स्पेन
Bislama: Spain
বাংলা: স্পেন
བོད་ཡིག: ཞི་པན་ཡ།
বিষ্ণুপ্রিয়া মণিপুরী: স্পেন
brezhoneg: Spagn
bosanski: Španija
буряад: Испани
català: Espanya
Chavacano de Zamboanga: España
Mìng-dĕ̤ng-ngṳ̄: Să̤-băng-ngà
нохчийн: Испани
Cebuano: Espanya
Chamoru: España
Tsetsêhestâhese: Spain
کوردی: ئیسپانیا
corsu: Spagna
qırımtatarca: İspaniya
čeština: Španělsko
kaszëbsczi: Szpańskô
словѣньскъ / ⰔⰎⰑⰂⰡⰐⰠⰔⰍⰟ: Їспанїꙗ
Чӑвашла: Испани
Cymraeg: Sbaen
dansk: Spanien
Deutsch: Spanien
Zazaki: İspanya
dolnoserbski: Špańska
डोटेली: स्पेन
ދިވެހިބަސް: އިސްޕެއިން
ཇོང་ཁ: སིཔཱེན་
eʋegbe: Spain
Ελληνικά: Ισπανία
emiliàn e rumagnòl: Spaggna
English: Spain
Esperanto: Hispanio
español: España
eesti: Hispaania
euskara: Espainia
estremeñu: España
فارسی: اسپانیا
Fulfulde: Hispaanya
suomi: Espanja
Võro: Hispaania
føroyskt: Spania
français: Espagne
arpetan: Èspagne
Nordfriisk: Spaanien
furlan: Spagne
Frysk: Spanje
Gaeilge: An Spáinn
Gagauz: İspaniya
贛語: 西班牙
Gàidhlig: An Spàinn
galego: España
گیلکی: ائسپانيا
Avañe'ẽ: Epáña
गोंयची कोंकणी / Gõychi Konknni: स्पेन
𐌲𐌿𐍄𐌹𐍃𐌺: 𐌷𐌴𐌹𐍃𐍀𐌰𐌽𐌾𐌰
ગુજરાતી: સ્પેન
Hausa: Hispania
客家語/Hak-kâ-ngî: Sî-pân-ngà
Hawaiʻi: Sepania
עברית: ספרד
हिन्दी: स्पेन
Fiji Hindi: Spain
hrvatski: Španjolska
hornjoserbsce: Španiska
Kreyòl ayisyen: Espay
Հայերեն: Իսպանիա
interlingua: Espania
Bahasa Indonesia: Spanyol
Interlingue: Hispania
Igbo: Spain
Iñupiak: Spaña
Ilokano: Espania
íslenska: Spánn
italiano: Spagna
ᐃᓄᒃᑎᑐᑦ/inuktitut: ᓯᐸᐃᓐ
日本語: スペイン
Patois: Spien
la .lojban.: sangu'e
Basa Jawa: Sepanyol
ქართული: ესპანეთი
Qaraqalpaqsha: İspaniya
Taqbaylit: Spenyul
Адыгэбзэ: Эспаниэ
Kabɩyɛ: Ɛsɩpaañɩ
Kongo: Espania
қазақша: Испания
kalaallisut: Spania
ភាសាខ្មែរ: អេស្ប៉ាញ
ಕನ್ನಡ: ಸ್ಪೇನ್
한국어: 스페인
Перем Коми: Эспання
къарачай-малкъар: Испания
Kurdî: Spanya
коми: Испания
kernowek: Spayn
Кыргызча: Испания
Latina: Hispania
Ladino: Espanya
Lëtzebuergesch: Spuenien
лезги: Испания
Limburgs: Spanje
Ligure: Spagna
lumbaart: Spagna
lingála: Espania
لۊری شومالی: إسپانيا
lietuvių: Ispanija
latgaļu: Spaneja
latviešu: Spānija
मैथिली: स्पेन
мокшень: Испания
Malagasy: Espaina
олык марий: Испаний
Māori: Pāniora
Baso Minangkabau: Spanyol
македонски: Шпанија
മലയാളം: സ്പെയിൻ
монгол: Испани
मराठी: स्पेन
Bahasa Melayu: Sepanyol
Malti: Spanja
Mirandés: Spanha
မြန်မာဘာသာ: စပိန်နိုင်ငံ
مازِرونی: ایسپانیا
Dorerin Naoero: Pain
Nāhuatl: Caxtillan
Napulitano: Spagna
Plattdüütsch: Spanien
Nedersaksies: Spanje
नेपाली: स्पेन
नेपाल भाषा: स्पेन
norsk nynorsk: Spania
norsk: Spania
Novial: Spania
Nouormand: Espangne
Sesotho sa Leboa: Spain
occitan: Espanha
Livvinkarjala: Ispuanii
Oromoo: Ispeen
ଓଡ଼ିଆ: ସ୍ପେନ
Ирон: Испани
ਪੰਜਾਬੀ: ਸਪੇਨ
Pangasinan: Espanya
Kapampangan: Espanya
Papiamentu: Spaña
Picard: Espanne
Deitsch: Schpaani
पालि: स्पेन
Norfuk / Pitkern: Spain
polski: Hiszpania
Piemontèis: Spagna
پنجابی: سپین
Ποντιακά: Ισπανία
پښتو: اسپانیا
português: Espanha
Runa Simi: Ispaña
rumantsch: Spagna
Romani: Spaniya
Kirundi: Esipanye
română: Spania
armãneashti: Ispania
tarandíne: Spagne
русский: Испания
русиньскый: Іспанія
Kinyarwanda: Esipanye
संस्कृतम्: स्पेन्
саха тыла: Испания
sardu: Ispagna
sicilianu: Spagna
Scots: Spain
سنڌي: اسپين
davvisámegiella: Spánia
Sängö: Espânye
srpskohrvatski / српскохрватски: Španija
සිංහල: ස්පාඤ්ඤය
Simple English: Spain
slovenčina: Španielsko
slovenščina: Španija
Gagana Samoa: Sepa­nia
chiShona: Spain
Soomaaliga: Isbania
shqip: Spanja
српски / srpski: Шпанија
Sranantongo: Spanyorokondre
SiSwati: Sipeyini
Sesotho: Spain
Seeltersk: Spanien
Basa Sunda: Spanyol
svenska: Spanien
Kiswahili: Hispania
ślůnski: Szpańijo
తెలుగు: స్పెయిన్
tetun: España
тоҷикӣ: Испания
Türkmençe: Ispaniýa
Tagalog: Espanya
lea faka-Tonga: Sepeni
Tok Pisin: Spen
Türkçe: İspanya
Xitsonga: Spaniya
татарча/tatarça: Испания
chiTumbuka: Spain
Twi: Spain
reo tahiti: Paniora
удмурт: Испания
ئۇيغۇرچە / Uyghurche: ئىسپانىيە
українська: Іспанія
اردو: ہسپانیہ
oʻzbekcha/ўзбекча: Ispaniya
Tshivenda: Spain
vèneto: Spagna
vepsän kel’: Ispanii
Tiếng Việt: Tây Ban Nha
West-Vlams: Spanje
Volapük: Spanyän
walon: Espagne
Winaray: Espanya
Wolof: Ispaañ
吴语: 西班牙
isiXhosa: ISpain
მარგალური: ესპანეთი
ייִדיש: שפאניע
Yorùbá: Spéìn
Vahcuengh: Sihbanhyaz
Zeêuws: Spanje
中文: 西班牙
文言: 西班牙
Bân-lâm-gú: Se-pan-gâ
粵語: 西班牙
isiZulu: ISpeyini