Spaanse Armada | het besluit tot terugkeer

Het besluit tot terugkeer

Een Engelse kaart met vooral de situatie op de Noordzee tot onderwerp

Die avond nog werd er een Spaanse krijgsraad gehouden over de vraag hoe nu verder te handelen. Alleen Diego Flores de Valdés stemde voor een onmiddellijke poging om tegen de heersende winden in te proberen opnieuw een positie voor Calais in te nemen zodat Parma's leger alsnog zou kunnen oversteken. De conditie van de vloot was voorlopig zo slecht dat alleen al het naar het zuiden varen te moeilijk zou zijn, ook al zou er geen Engelse vloot klaargelegen hebben om dit te beletten. Dat de vijand geen kruit meer had, wist men niet. Op hetzelfde moment speculeerden velen over wat de Armada zou gaan doen. Drake schreef naar Elizabeth dat ze vast naar het oosten zouden varen om de vloot te repareren in Hamburg of Denemarken en zo een blijvende Habsburgse basis op de Noordzee te vestigen. Parma hoopte dat ze alsnog Vlissingen zouden innemen. De Spaanse ambassadeur in Parijs, Bernardino de Mendoza, die de regie voerde over de vele pro-Spaanse complotten in West-Europa, nam aan dat ze contact zouden zoeken met katholieke opstandelingen in Schotland. Medina-Sidonia was echter niet inventief genoeg voor zulk een drastische verandering van strategie. Men liet alleen de loodsen raadplegen over de mogelijkheid rond Schotland terug te keren. Die wezen er op dat dit een omweg was van drieduizend kilometer, af te leggen zonder goede zeekaarten of voldoende water en voedselvoorraden. Men besloot dus maar voorlopig geen besluit te nemen voordat de verwachte aanvallen van Engelsen afgeslagen waren.

De volgende dag liep de schade door het gevecht nog verder op toen de San Felipe bij Vlissingen op een zandbank liep en de San Mateo bij Fort Rammekens. Beide schepen werden door de Nederlandse opstandelingen genomen; de edellieden bleef men gevangen houden voor het losgeld; de krijgsgevangen opvarenden van lagere stand werden de 'voeten gespoeld': ze werden van het dek geranseld, zodat ze de keuze hadden tussen meteen doodgeslagen te worden of in zee te springen om te verdrinken. Sinds 1587 was dit voorgeschreven door de Staten-Generaal om Nederlanders af te schrikken in Spaanse zeedienst te gaan en onderhoudskosten te voorkomen. Volgens het toen heersende oorlogsrecht gaf men zich altijd over op genade of ongenade. De banier van de San Mateo is nog te zien in het Stedelijk Museum De Lakenhal te Leiden. Ook het vrachtschip La Trinidad Valencera liep op de kust, bij Blankenberge, en gaf zich over aan kapitein Robert Crosse op de Hope.

Hoe irreëel de gedachte was nog naar het zuiden terug te varen, bleek toen er die morgen een noordwestenwind opstak, die zoiets makkelijker zou hebben moeten maken. In feite beving een ondergangsstemming de vloot: men vreesde massaal op de Zeeuwse banken te lopen waar allen door de Nederlandse 'ketters' vermoord zouden worden; voor anker gaan was uitgesloten doordat de meeste schepen beide ankers verloren hadden in de paniek van twee nachten daarvoor. Medina-Sidonia kreeg van huilende officieren het advies de Heilige Standaard te nemen en op een boot naar Duinkerken te vluchten. Men knielde voor een gezamenlijk gebed en ging te biecht als voorbereiding op de naderende dood. Toen om elf uur 's morgens plotseling de wind naar het zuiden draaide, ervoer men dat als een Goddelijke tussenkomst. De Engelse vloot bleef de naar het noorden wijkende Armada achtervolgen, behalve het eskader van Seymour dat weer een blokkadepositie bij Duinkerken innam. Die avond werd er opnieuw een krijgsraad gehouden; nu wilde alleen De Recalde weer een poging wagen de aanval te hervatten. De anderen durfden echter niet openlijk meteen een beslissing te nemen terug te keren, daarom besloot men nog vier dagen te wachten op een gunstige noordelijke wind. Als die uitbleef, zou men rond Schotland varen.

Op 10 augustus drong de Engelse vloot wat sterker aan en Medina-Sidonia gaf drie signaalschoten aan de vloot om front te bieden; de meeste schepen bleven echter gewoon naar het noorden doorvaren. Het kwam niet tot een gevecht maar Medina-Sidonia liet 21 kapiteins ter dood veroordelen, waarvan er één, Cristóbal de Avila, meteen gehangen werd. Op 12 augustus kwam men ter hoogte van de Firth of Forth in Schotland, achtervolgd door de Engelsen. Zaterdag 13 augustus draaide de wind naar het noordwesten en de Engelsen gaven de achtervolging op, door gebrek aan levensmiddelen. Als de Armada zich aan het besluit van 9 augustus zou hebben willen houden, had men nu dus om moeten keren naar het zuiden. In feite bleef de koers noord. Zonder enige discussie begreep iedereen dat de terugkeer onvermijdelijk was.

In andere talen
Afrikaans: Spaanse Armada
Bahasa Indonesia: Armada Spanyol
한국어: 무적함대
Bahasa Melayu: Armada Sepanyol
မြန်မာဘာသာ: စပိန်ရေတပ်ကြီး
português: Invencível Armada
سنڌي: آرميڊا
srpskohrvatski / српскохрватски: Španska armada
Simple English: Spanish Armada
српски / srpski: Шпанска армада
українська: Іспанська Армада
吴语: 无敌舰队