Spaanse Armada | naar engeland

Naar Engeland

Tocht van de Spaanse Armada

Op 26 april begon de vloot zich in te schepen en op 11 mei vertrok de Armada uit de haven van Lissabon. Men bleef daarna door tegenwind bij de Torre de Belém hangen en de eerste vaartuigen bereikten pas op 28 mei volle zee. De vloot was zo groot en langzaam dat het twee volle dagen duurde voordat alle schepen uitgevaren waren. De Armada bestond uit negen eskaders — een weerspiegeling van het grote aantal Habsburgse bezittingen waarvan men de zeemachten samengevoegd had — die meestal aangevoerd werden door ervaren en beroemde zeevaarders.

  • Een uitzondering was het eerste eskader, waar Medina-Sidonia zelf aan het hoofd stond van elf Portugese schepen en een in beslag genomen Toscaans schip (de San Francesco), met als vlaggenschip de San Martín (of São Martinho in het Portugees).
  • Het tweede was het eskader van de Golf van Biskaje van veertien schepen, onder leiding van admiraal Juan Martínez de Recalde op de Santa Ana, toen algemeen beschouwd als de grootste levende zeeheld van Spanje.
  • Het derde was dat van Castilië, bestaande uit zestien schepen onder commando van admiraal Diego Flores de Valdés op de San Cristóbal, die door Filips speciaal was aangewezen om de onervaren Medina-Sidonia met advies in zeezaken bij te staan.
  • Het vierde was dat van Andalusië, elf schepen onder admiraal Pedro de Valdés op de Nuestra Señora del Rosario.
  • Het vijfde eskader kwam uit de Baskische provincie Guipúzcoa en stond onder leiding van de Baskische kapitein-generaal Miguel de Oquendo die dertien schepen aanvoerde op een tweede Santa Ana.
  • Het zesde was het Levanteskader, tien koopvaarders die op de Levant voeren gecommandeerd door Martín de Bertendona op La Regazona.
  • Het zevende was dat van de 23 Ragusaanse vrachtschepen, urcas, onder Juan Gómez de Medina op El Gran Grifón.
  • Het achtste was een licht eskader van 22 pinassen onder Antonio Hurtado de Mendoza.
  • Het negende bestond uit de vier galjassen van het Koninkrijk Napels, grote zeilschepen die ook nog eens een roeidek hadden, onder Hugo de Moncada op de San Lorenzo.

Naast deze 125 schepen in eskaderverband waren er nog vier galeien en acht onbewapende schepen, waaronder een hospitaalschip.

De voortgang was tergend traag. De snelheid was beperkt tot die van de langzaamste vrachtschepen, zelfs voor de wind niet meer dan drie knoop. Pas rond 14 juni bereikte men Finisterre, de noordwest-kaap van het Iberisch Schiereiland. Vandaar uit kon de oversteek naar Engeland beginnen, maar de vloot werd uiteengeslagen door een zware storm. Daarbij was het drinkwater bijna op en bleken de vleesvoorraden onvoldoende gepekeld zodat ze begonnen te rotten. De bemanning leed aan dysenterie en vertoonde, meestal al ondervoed nog voordat de reis aanving, de eerste tekenen van scheurbuik. Op 19 juni besloot Medina-Sidonia dat de toestand onhoudbaar was geworden en liet de vloot weer verzamelen in de haven van La Coruña, waar meteen vers water en voedsel kon worden ingeslagen. Daar schreef hij ook een brief aan Filips of die niet meende dat na zulke slechte voortekenen de expeditie afgeblazen moest worden, ook omdat nu wel bleek dat de vrachtschepen geen vaart konden maken op de Atlantische Oceaan. Op 6 juli ontving hij antwoord: de Spaanse koning wees er geduldig op dat dit soort schepen regelmatig op Engeland voer en dat de hertog vooral de moed niet moest laten zakken. Op 19 juli, toen alle schepen zich opnieuw bij de hoofdmacht hadden gevoegd, stak de vloot weer in zee.

Midden op de Golf van Biskaje aangekomen, werd de vloot op 25 juli weer overvallen door een storm, nu met veel ernstiger gevolgen: de galei Diana leed schipbreuk bij Bayonne op de Franse kust en de andere drie galeien zagen zich ook gedwongen daar beschutting te zoeken, alsmede de Santa Ana van De Recalde; wegens een eerder beschadigd raken had de admiraal echter zijn vlag al laten overbrengen op de San Juan (São João). Geen van die vier schepen zou zich weer bij de vloot voegen. Het aantal zware oorlogsbodems liep zo terug naar 23. Op 29 juli kwam de Engelse kust in zicht. Daar werden vuurbakens ontstoken om het land te waarschuwen, maar anders dan de legende wil, verspreidde het nieuws zich hierdoor niet erg snel. Om misbruik te voorkomen moest bij ieder baken eerst een vrederechter gehaald worden om toestemming te geven het vuur aan te steken. In feite zorgden ijlboden voor de eerste waarschuwing.

In andere talen
Afrikaans: Spaanse Armada
Bahasa Indonesia: Armada Spanyol
한국어: 무적함대
Bahasa Melayu: Armada Sepanyol
မြန်မာဘာသာ: စပိန်ရေတပ်ကြီး
português: Invencível Armada
سنڌي: آرميڊا
srpskohrvatski / српскохрватски: Španska armada
Simple English: Spanish Armada
српски / srpski: Шпанска армада
українська: Іспанська Армада
吴语: 无敌舰队