Spaanse Armada | door het kanaal

Door Het Kanaal

Charles Howard op latere leeftijd, als Earl

De eskadercommandanten hielden nu een krijgsraad waarin ze besloten niet verder Het Kanaal in te varen dan het eiland Wight. Daar aangekomen zou men wachten tot Parma bericht gaf dat hij klaar was voor de inscheping; men zond een pinas vooruit met een bode die hem via Frankrijk moest bereiken. Filips' gedetailleerde instructies hadden in zo'n wachttijd niet voorzien: die gingen ervan uit dat de vloot zo snel mogelijk naar het Nauw van Calais zou varen. De commandanten waren echter niet van plan in zo'n kwetsbare positie weken voor anker te gaan liggen. Wel hield men zich aan Filips' aanwijzing om langs de Engelse kust te varen in plaats van de Franse.

Ondertussen had de Engelse vloot zich proberen voor te bereiden op de Spaanse aanval. Men had besloten de zeemacht te splitsen: de hoofdmacht zou zich in het westen stationeren onder commando van de Lord High Admiral baron Charles Howard; één eskader, onder Admiral of the Narrow Seas Lord Henry Seymour, zou oostelijker Duinkerken blokkeren. De hoofdmacht had als viceadmiraal Drake en als schout-bij-nacht (Rearadmiral) de kaper John Hawkins, die in de voorgaande jaren de vlootopbouw georganiseerd had. Op bericht dat de Armada bij Finisterre gesignaleerd was, was men vanaf 4 juli op de Golf van Biskaje gaan kruisen in de hoop de Spanjaarden te onderscheppen. Toen die niet kwamen opdagen — ze hadden immers door de storm moeten terugvallen op La Coruña — had gebrek aan proviand de Engelsen gedwongen op 22 juli terug te keren naar Plymouth. Elizabeth was zo optimistisch geworden door de tegenslagen bij de Spanjaarden dat ze eerst besloot de bemanningen van de meeste schepen maar weer te ontslaan. Een woedende Howard had haar althans van deze bezuinigingsmaatregel kunnen afbrengen, maar de voedselsituatie bleef slecht; de kruitvoorraden van de schepen waren standaard — maar dus slechts voldoende voor een paar dagen vechten; er was geen vervangingsvoorraad.

The Armada in Sight door John Seymour Lucas, een schilderij uit 1880: Drake kegelt gerust door

In de avond van 29 juli besloot Medina-Sidonia, onder druk van de andere commandanten, om ook op een tweede punt van Filips' instructies af te wijken: men zou proberen de Engelse vloot in de haven van Plymouth te verrassen. Die was die middag echter al door de piraat Thomas Fleming, kapitein van de Golden Hind, van de nadering van de Armada op de hoogte gesteld. Volgens de legende was Drake met een partijtje kegelen bezig en reageerde: "We hebben tijd genoeg om het spel af te maken en ook nog de Spanjaarden te verslaan". In werkelijkheid haastte de vloot zich de haven uit, maar werd daarbij gehinderd door een zuidwestenwind. Door sloepen de ankers steeds wat verder te laten werpen, trokken de schepen zich gedurende de nacht tegen de wind in naar open zee.

Op de avond van 30 juli trof de Armada zo de Engelse vloot, 54 schepen sterk, aan bij Dodman Point (Cornwall, bij Mevagissey) en ging ten westen voor anker, hopend op een beslissende slag de volgende ochtend. Die nacht laveerden de Engelsen zich echter ten westen van de Armada en wonnen zo de loef. De loefpositie, aan de kant waarvandaan de wind waait, biedt grote voordelen in het zeilgevecht. Voor de wind aanvallend, kan men het moment en de plaats van de confrontatie aan de verdediger opdringen; daarbij rolt het schip veel minder waardoor de zuiverheid van het kanonschot aanzienlijk verhoogd wordt. Howard had de vloot opzettelijk zo westelijk mogelijk gehouden; hij wilde de Armada tijdens haar tocht door Het Kanaal steeds van achteren aanvallen in plaats van verdedigend teruggedreven te worden.

Eerste schermutseling op 31 juli

Martin Frobisher, een van de wreedste piraten van zijn tijd

Op 31 juli was de Spaanse vloot dus gedwongen naar het oosten te varen in een verdedigende formatie. Daarvoor koos men de halve maan: de galjassen gingen voorop, de vrachtschepen bleven in het midden, en links en rechts waren er twee schuin naar achteren gerichte hoorns met daarin de sterkste galjoenen. Die zouden de vijand omvatten, mocht die proberen de kwetsbare transportschepen te bereiken. Die hoorns waren natuurlijk zelf ook kwetsbaar voor een aanval en lagen op de uiteinden zo'n twaalf kilometer uit elkaar.

De Engelsen hadden geen vaste formatie en ook geen eskaderindeling. Howards vloot bestond uit zestien reguliere marineschepen aangevuld met koopvaarders en kapers, die nu uit alle havens aanliepen, belust op buit: binnen een week zou zijn strijdmacht uitgroeien tot 101 schepen; die dag waren er al elf aangekomen. De discipline was slecht en de schepen hadden nooit in een vast verband samen slag geleverd. Iedere kapitein was er allereerst op uit zelf prijzen (buitschepen) te winnen en het werd niemand kwalijk genomen als hij zijn persoonlijk belang boven het algemene liet gaan. Hierdoor werd de superieure vuurkracht en wendbaarheid van de Engelse schepen niet uitgebuit voor een beslissende gezamenlijke manoeuvre. De leidende kapiteins toonden zich wel heel vindingrijk in het met persoonlijk initiatief scheppen van kansen om een Spaans schip buit te maken. Zoals in de piraterij gebruikelijk maakten ze per geval met lichtere schepen afspraken over ondersteuning en het verdelen van buitgeld.

Howard, op de Ark Royal (de vroegere Ark Ralegh), viel de Spaanse rechterhoorn van achteren aan en bracht de Rata Encoronada van Alfonso de Leiva in moeilijkheden maar dat schip werd snel door andere ontzet. De linkerhoorn van de Armada werd aangevallen door een groep schepen onder de ontdekkingsreiziger en piraat Martin Frobisher op de Triumph, het sterkste schip van de Engelse vloot, die samenwerkte met Drake op de Revenge. De Recalde wendde nu de steven van de San Juan en daagde in zijn eentje het Engelse eskader uit, vermoedelijk in de hoop dat de vijand een poging zou wagen zijn schip te nemen, wat uit zou kunnen lopen op een voor de Spanjaarden veel voordeliger algemeen entergevecht tussen beide vloten. De San Mateo (São Mateus) van zijn viceadmiraal Diego Pimentel volgde zijn voorbeeld maar de Engelsen hielden ruime afstand terwijl ze beide schepen, daardoor zonder al te veel effect, beschoten.

Medina-Sidonia liet nu zijn vloot stilvallen om de orde te herstellen. Toen de afgezonderde schepen door de westenwind weer naar de Armada dreven, staakten de Engelsen hun aanval. Medina-Sidonia probeerde nu voor een paar uur de vijand naar het westen te achtervolgen maar de snellere Engelse schepen konden onmogelijk ingelopen worden en de Spanjaarden draaiden dus maar weer om.

Rond vier uur vonden in de Armada kort achter elkaar twee ernstige ongelukken plaats. Eerst botste het vlaggenschip van Pedro de Valdés, de reusachtige kraak Nuestra Señora del Rosario, met de Catalina: zijn boegspriet brak af en de fokkenmast sloeg los. Enige minuten later sloeg een explosie het achterkasteel van de San Salvador eraf. Terwijl twee galjassen dit zwaar beschadigde galjoen op sleeptouw namen, deed een plotse zware zeegang de Rosario zo stampen dat de fokkenmast brak en naar achteren in de grote mast viel, wat het schip stuurloos maakte. Een sleeptouw met de te hulp geschoten San Martín brak. Op advies van Diego Flores de Valdés, de neef en persoonlijke vijand van Pedro, besloot Medina-Sidonia toen het schip achter te laten met een klein groepje schepen dat alsnog moest proberen het in veiligheid te brengen. Het aantal zware schepen was zo teruggelopen tot 22.

1 augustus

Francis Drake

In de nacht van 1 augustus bleef de Armada naar het oosten varen. Howard besloot 's nachts te volgen, een riskante manoeuvre. Drakes Revenge moest voorop gaan en met zijn heklicht de rest van de Engelse vloot de weg wijzen. Howard op de Ark voer er vlak achteraan. Toen het duister gevallen was, verdween plotseling het navigatielicht van de Revenge en pas na enige tijd vonden de uitkijken ver naar het oosten weer een lichtbron. Howard bleef hierop koers houden en naderde. Toen het licht werd, ontdekte hij echter tot zijn schrik dat zijn schip zich samen met de White Bear en de Mary Rose in de halve maan van de Armada bevond; hij had de lantaarns van de achterste schepen van het Spaanse centrum gevolgd! De Revenge was nergens te bekennen.

Nog voor de Spanjaarden konden reageren, zeilden de drie schepen haastig terug naar de eigen vloot. Daar bleek dat Drake de dag tevoren eerst Frobisher misleid had met een afspraak de volgende morgen samen de Rosario te nemen en er toen na het doven van zijn lichten 's nachts tussenuit was geknepen om met de kaper Jacob Whiddon op de Roebuck en twee van Drakes eigen pinassen het Spaanse schip prijs te maken. Hij trof het verlaten door de geleideschepen aan en De Valdés gaf de Rosario vrijwel meteen over op voorwaarde dat het leven van de bemanning gespaard zou blijven. De Roebuck bracht het schip, met 55 000 dukaten soldij aan boord, op in Torbay; belangrijker was dat het kruit onmiddellijk over de grote Engelse schepen verdeeld werd om de flink geslonken voorraden aan te vullen. Het tekent de verhoudingen in de Engelse vloot dat voor Drakes toch zeer grove insubordinatie het excuus aanvaard werd dat hij uit vrees dat de Spanjaarden in de nacht een omtrekkende beweging zouden maken naar het zuiden gevaren was en toen puur toevallig de Rosario ontdekt zou hebben.

Rond elf uur 's morgens gaven de Spanjaarden de zinkende San Salvador prijs, met achterlating van de gewonden. Thomas Fleming wist het schip echter in de haven van Weymouth te brengen, wat de Engelsen nog eens 132 vaten kruit opleverde, samen met het kruit van de Rosario een hoeveelheid gelijk aan een derde van de voorraden van de hele Engelse vloot.

In de avond besloot Medina-Sidonia de halve maan te verlaten en een meer uitgerekte formatie aan te nemen met de vrachtschepen in het midden, de sterkste schepen in de achterhoede en de galjassen in de voorhoede. Diego Enriquez werd benoemd als opvolger van Pedro de Valdés als aanvoerder van het Andalusisch eskader. Dat de discipline aan Spaanse zijde een stuk strenger was, bleek uit het bevel dat iedere kapitein die nog formatie verbrak zonder pardon gehangen moest worden. Ook zond hij opnieuw een pinas naar Parma met de dringende boodschap zo snel mogelijk tegenbericht te sturen. In de nacht weigerde De Moncada, de aanvoerder van de galjassen, om een verrassingsaanval bij maanlicht op de Engelse vloot uit te voeren.

Het gevecht van 2 augustus

John Hawkins, de gentleman pirate, die zijn slachtoffers meestal netjes aan land zette

De volgende dag draaide de wind naar het noordoosten en de Armada had nu de loef, voor de kust van Dorset. Medina-Sidonia besloot tot de aanval over te gaan. Howard in het centrum en Drake aan de zuidkant van het gevecht, hielden weer moeiteloos afstand. Een enorme kanonnade barstte los, de felste die de wereld tot dan toe gezien had, waarbij vooral de veel sneller vurende Engelse schepen een belangrijk deel van hun kruit verschoten. Opnieuw was het effect door de te grote afstand gering.

Frobisher op de noordkant kwam echter klem te zitten tussen de Armada en de klip van Portland Bill bij Weymouth, samen met vijf bewapende koopvaarders, de Merchant Royal, Centurion, Margaret and John, Mary Rose en Golden Lion. De zes schepen werden aangevallen door de vier galjassen. Frobisher, die dit jachtgebied als piraat op zijn duimpje kende, ging pal voor anker liggen in het kalme water tussen de sterke getijdestroom en de neer, de tegenstroom; het lukte de galjassen niet hem te bereiken. Howard poogde Frobisher te hulp te schieten en toen Medina-Sidonia dit bemerkte, wilde hij deze ideale gelegenheid om eindelijk het nabijgevecht aan te gaan uitbuiten; maar zijn eskader moest van richting veranderen omdat De Recalde aan de zuidzijde geïsoleerd was geraakt en door Drake in het nauw gebracht werd. In zijn eentje zette de San Martín toen koers naar Howards Ark Royal en liet bij diens schepen aangekomen zijn voorondermarszeil zakken, de gebruikelijke uitdaging tot enteren. De Ark, Elizabethan Jonas, Leicester, Golden Lion, Victory, Mary Rose, Dreadnought en Swallow gingen niet op het aanbod in maar beschoten het vlaggenschip van de Spaanse admiraal een uur lang op afstand voordat het door het eskader van De Oquendo ontzet kon worden; zeilen, masten, tuigage en de door de paus ingezegende Heilige Standaard hadden zwaar te lijden, maar de romp was nergens doorboord hoewel het schip zo'n vijfhonderd maal getroffen werd.

De wind was intussen weer naar zuid-west gedraaid en de Armada hervatte haar koers naar het oosten, zonder verder een poging te wagen in Portland te landen, zoals de Engelsen hadden gevreesd. Medina-Sidonia zond voor de derde maal een pinas naar de hertog van Parma met de aansporing zijn troepen in te schepen.

Voor Wight

Wight kon alleen via de Spithead benaderd worden; de westelijke invaart via de Solent was te nauw

In de morgen van 3 augustus bleek het grote vrachtschip El Gran Grifón achter te zijn geraakt bij de rest van de vloot. Het werd bij het ochtendgloren meteen aangevallen door Drake die, nu dicht naderend in de hoop deze verlokkelijke prijs te winnen, het zeer zwaar beschadigde. De Spaanse linkervleugel zakte echter af en ontzette het schip, dat door een galjas op sleeptouw genomen werd.

Rond het middaguur kwam de Armada ter hoogte van Wight, de plaats waar men op antwoord van Parma wilde wachten. Filips had in zijn schriftelijke instructies expliciet bevolen dat het eiland niet al meteen veroverd mocht worden. De Spaanse krijgsraad had hier niet openlijk tegen in willen gaan, maar op open zee wachten was uiterst roekeloos; men zou in feite een poging gaan wagen de Spithead, de oostelijke zeestraat tussen Wight en het vasteland, binnen te dringen, een manoeuvre die alleen zin had als die gevolgd zou worden door een verovering van het eiland of van de tegenover gelegen haven van Portsmouth. De Engelsen waren zeer bezorgd over deze mogelijkheid: als Wight een Spaanse basis werd, zou het onder constante blokkade gehouden moeten worden, zowel op land als op zee, iets waar, als het al lukte, simpelweg geen geld voor was. Om deze catastrofe te voorkomen, besloot Howard in de nacht van 3 op 4 augustus een nachtelijke aanval door 24 bewapende koopvaarders — verder toch niet al te bruikbare schepen — uit te laten voeren, in de hoop zo de Spanjaarden van hun koers af te brengen. Een windstilte voorkwam echter de uitvoering van dit plan. Om meer eenheid in de groeiende vloot te brengen, werd ieder schip aan een van vier eskaders toegewezen, die van Howard, Drake, Hawkins of Frobisher.

Op 4 augustus was het toevallig springtij rond het middaguur en de Armada had tot dan de tijd om met het inlopend tij St. Helen's Roads, de toegang tot de Spithead, binnen te varen; daarna zou het aflopend tij, door de sterke getijdenwerking in Het Kanaal van een enorme kracht, drie dagen lang sterker zijn dan het inlopend tij en de trage Armada de invaart onmogelijk maken. In de ochtend bleken echter het galjoen San Luis en de koopvaarder Santa Ana te zijn achtergebleven en Howard zette nu alles op alles om de Armada hiermee af te leiden, ondanks de windstilte. Hij liet zijn schepen met roeiboten in de richting van de twee achterblijvers slepen. Drie galjassen gingen in de tegenaanval, La Rata Encoronada meeslepend voor meer vuurkracht. De roeiboten trokken de Engelse galjoenen hierop dwars zodat ze de galjassen de volle laag konden geven, die beschadigd de wijk moesten nemen. Een westerbries stak op en beide vloten begonnen nu voluit slag te leveren, waarbij de Engelsen, geholpen door het bezitten van de loef, feller aandrongen dan de voorafgaande dagen omdat er zo veel op het spel stond. Tegelijkertijd vreesden ze zo de Spanjaarden juist de Spithead in te drijven. Om dit te verhinderen plaatste Frobisher zich opnieuw tussen de Armada en de kust, ditmaal van Wight, zo ver naar het noordoosten opdringend dat hij de San Martín bedreigde. Net zoals twee dagen tevoren kwam De Oquendo's eskader het vlaggenschip te hulp en weer paste Frobisher de list toe zich tussen de ingaande getijdestroom en de tegenstroom te plaatsen, een schijnbaar weerloze prooi vormend die in feite nauwelijks bereikbaar was. Nadat de Spanjaarden kostbare tijd verloren hadden de tegenstroom te bedwingen, liet Frobisher de Triumph door zijn boten er in slepen en alle zeilen bijzettend, verdween hij naar het zuiden, vergeefs achtervolgd door de San Martín.

Aan de zuidzijde had ondertussen een felle flankaanval die zich concentreerde op de beschadigde San Mateo, de linkervleugel van de Armada naar het oosten gedreven, voorbij St. Helen's Roads. Om niet op de Engelse kust te lopen, was de Spaanse vloot gedwongen de open zee op te zoeken. De kans Wight te bezetten was verloren gegaan en daarmee de laatste gelegenheid een beschutte haven te vinden. Er zat nu niets anders op alsnog naar Duinkerken te varen.

In andere talen
Afrikaans: Spaanse Armada
azərbaycanca: Yenilməz armada
Bahasa Indonesia: Armada Spanyol
한국어: 무적함대
Bahasa Melayu: Armada Sepanyol
မြန်မာဘာသာ: စပိန်ရေတပ်ကြီး
português: Invencível Armada
سنڌي: آرميڊا
Simple English: Spanish Armada
српски / srpski: Шпанска армада
українська: Іспанська Армада
吴语: 无敌舰队