Winterreise (Schubert)

Begin van het eerste lied, Gute Nacht

Winterreise (Winterreis) is een cyclus van 24 liederen van Franz Schubert (op. 89, D. 911). De eerste "Abtheilung" van twaalf liederen werd voltooid in februari 1827, de tweede met de overige twaalf in oktober van dat jaar.

Inhoud

Het zijn 24 getoonzette gedichten van Wilhelm Müller voor zangstem en piano. Het verhaal lijkt betrekkelijk eenvoudig. Een jonge man wordt afgewezen en gaat daarop op reis. In het 24e lied ontmoet hij de Leiermann, de speelman met de draailier, een verpersoonlijking van de dood. In zijn boek Willst zu meinen Liedern deine Leier drehn? maakt de Duitse componist Wolfgang Hufschmidt een uitgebreide muzikaal-semantische analyse. Volgens hem zit de Winterreise in feite vol politiek-maatschappelijke kritiek. In feite symboliseert de winterreis de zoektocht van de mens naar zichzelf.

Ook historicus en zanger Ian Bostridge plaatste in zijn boek Winterreise (Amsterdam, 2016) de cyclus in een politiek-maatschappelijk kader. Elke liedtekst heeft hij voorzien van een cultuur-historische beschouwing en een korte musicologische kanttekening vanuit de eigen uitvoeringspraktijk. [1]

In andere talen
català: Winterreise
čeština: Zimní cesta
Deutsch: Winterreise
English: Winterreise
Esperanto: Winterreise
français: Winterreise
עברית: מסע החורף
íslenska: Vetrarferðin
italiano: Winterreise
日本語: 冬の旅
português: Winterreise
русский: Зимний путь
svenska: Winterreise
українська: Зимова подорож
中文: 冬之旅