Verklaring van de rechten van de mens en de burger

Zie artikelZie Verklaring van de rechten van de mens en van de burger (1795) voor het artikel van de eerste fundamentele Nederlandse tekst over de grondrechten van mensen in het kader van staatsinrichting en vrijheden.
De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Bovenaan de afbeelding met de Verklaring staat een alziend oog, dat als een zon op de rechten schijnt. Dit zorgt ook voor veel complottheorieën.

De Verklaring van de rechten van de mens en de burger (Frans: Déclaration des droits de l’homme et du citoyen) is een fundamentele en enigszins abstracte tekst over de democratie en de vrijheid en berust op de denkbeelden uit de Verlichting. De tekst bestaat uit een inleiding, de tekst van het Het maatschappelijk verdrag, en 17 artikelen. De tekst werd opgesteld, voorafgaand aan de discussies over de nieuwe Franse grondwet.

De Verklaring is gebaseerd op ideeën van de Verlichtingsfilosofen John Locke over natuurrecht en tolerantie in zijn Second Treatise of Government; op Jean-Jacques Rousseau met zijn ideeën over de gelijkheid van alle mensen in het Contrat Social; de scheiding der machten, uitgewerkt door Charles de Montesquieu in zijn Over de geest van de wetten. De bezwaren opgesomd in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring zouden eveneens van invloed zijn geweest.

Geschiedenis

De discussie over de Verklaring begon op 9 juli 1789 in de Nationale Grondwetgevende Vergadering. Het idee van Jean-Joseph Mounier was om de nieuwe grondwet te laten voorafgaan door een meer abstracte verklaring. Op 11 juli presenteerde La Fayette een ontwerp voor de Verklaring. In de nacht van 4 augustus werd in een tumultueuze vergadering besloten tot het afschaffen van de feodale rechten (jacht- en visrecht) van het Ancien Régime. Er volgde een felle discussie over de formulering van het eigendomsrecht, volgens Mounier essentieel voor wat er nog zou komen.

Artikel 1 is goedgekeurd op 11 augustus. De formulering van de eerste drie artikelen is overgenomen van Mounier. In het 6e artikel over de "algemene wil" is de invloed van Rousseau te herkennen. De laatste 2 of 3 artikelen zijn aangenomen op 26 augustus 1789, maar koning Lodewijk XVI weigerde aanvankelijk de Verklaring te ondertekenen.[1][2]

Op 5 oktober werd door 20, 50 of 200.000 vrouwen een mars naar Versailles gehouden onder begeleiding van markies de La Fayette en de Nationale Garde om "de bakker, de bakkersvrouw en het bakkerszoontje" terug te brengen naar Parijs. De koninklijke lijfwacht werd vervangen door leden van de Nationale Garde. Het volk drong de volgende dag het paleis binnen. Het gevolg was dat de koning toestemde, de Verklaring ondertekende en naar de Tuilerieën verhuisde.[3]

In andere talen
srpskohrvatski / српскохрватски: Deklaracija o pravima čovjeka i građanina