Vergilius

Moderne buste van Vergilius, bij het zogenaamde Graf van Vergilius in Napels. [1]

Publius Vergilius Maro (in de Middeleeuwen ook geschreven als Virgilius; vroeger in het Nederlands Vergiel of Virgiel) ( Mantua, 15 oktober 70 v.Chr.Brindisi, 21 september 19 v.Chr.) was een Romeins dichter.

Zijn bekendste werk is de Aeneis, het grote heldendicht waarin de grootheid van Rome, van Romes oorsprong en verleden wordt bezongen. Dit werk moest even beroemd worden als de Ilias en de Odyssee van Homerus, het heeft dan ook een gelijkaardige inhoud, maar het is kritischer geschreven. Vergilius verschijnt ook in La Divina Commedia van Dante Alighieri, waar hij Dante begeleidt door het Vagevuur en de Hel.

Levensloop

Bronnen voor Vergilius’ leven

De belangrijkste bron voor Vergilius’ leven is de Vita Vergilii (Het leven van Vergilius) van de vierde-eeuwse schrijver Aelius Donatus. Deze ging vooraf aan zijn commentaar op Vergilius’ werk, waarvan alleen het begin van het commentaar op de Bucolica is overgeleverd. Het commentaar van Donatus werd echter gebruikt door zijn leerling Servius voor een nieuw commentaar op het werk van Vergilius, dat eveneens enkele biografische gegevens bevat. Naast het werk van Donatus en Servius zijn er nog enkele minder belangrijke levensbeschrijvingen, en bevat Vergilius’ werk enkele biografische gegevens.

Jeugd en opleiding

Vergilius werd geboren in de buurt van Mantua (Gallia Cisalpina). Zijn ouders waren hogere plaatselijke burgers. De vader was naar verluidt een boer en heette ook Vergilius Maro. Hij was getrouwd met de dochter van zijn baas, de welgestelde Magia Polla. [2]

Lager onderwijs volgde Vergilius in Cremona , vervolgens ging hij naar Milaan (Mediolanum in de Romeinse tijd) waar hij het onderwijs van de grammaticus volgde in de Griekse en Latijnse literatuur. Toen hij de toga virilis had gekregen vertrok hij op 15 oktober 55 v.Chr. (de sterfdag van Lucretius) naar Milaan [3]. Later vertrok hij naar Rome voor hoger onderwijs, dat in de Romeinse tijd vooral in het teken stond van de retorica. Maar voor retorica had Vergilius weinig aanleg, omdat hij te grof was van gestalte, te verlegen ... Hij heeft dan ook maar één keer een redevoering voor de rechtbank gehouden. Volgens Donatus hield hij zich tijdens zijn studie vooral bezig met medicijnen en wiskunde. Hij studeerde ook in Napels waar hij volgens het 5e gedicht van de Catalepton de school van de epicureïsche filosoof Siro bezocht.

Toen hij volwassen werd verloor hij zijn familie, o.a. zijn vader en zijn broers Silo en Flaccus (die hij volgens Donatus onder de naam Daphnis betreurd zou hebben in zijn 5e Ecloga). Het land dat Vergilius erfde werd geconfisqueerd, toen Augustus na de Slag bij Philippi in 42-41 v.Chr. land rondom Cremona en Mantua onteigende voor zijn veteranen. Als enige kreeg Vergilius het echter weer terug op voorspraak van invloedrijke kennissen in Rome, Asinius Pollio, Alfenus Varus en Cornelius Gallus. De weerslag van deze gebeurtenis is te vinden in de 1e en 9e Ecloga.

Uiterlijk en karakter

Volgens Donatus was Vergilius lang, had hij een donkere huid, een boers gezicht en een slechte gezondheid. In de liefde had hij een voorkeur voor jongens. Als zijn favorieten worden Cebes en Alexander genoemd. Naar deze Alexander zou hij volgens Donatus verwijzen met de naam Alexis in de 2e Ecloga. Voor het overige was Vergilius bescheiden en teruggetrokken, wat hem de bijnaam Parthenias (‘Maagd’) opleverde.

De succesvolle dichter

Toen hij in de twintig was debuteerde Vergilius als dichter. Zijn eerste gedicht zou een grafepigram zijn op Ballista, een gladiatorenbaas die berucht was als struikrover:

Monte sub hoc lapidum tegitur Ballista sepultus:
nocte die tutum carpe viator iter.
Onder deze berg stenen ligt Ballista begraven:
zet je tocht veilig voort, reiziger, bij dag en bij nacht.

Daarna schreef hij volgens Donatus op 26-jarige leeftijd de Catalepton en andere korte gedichten, die zijn overgeleverd in de zgn. Appendix Vergiliana. Tegenwoordig worden echter alleen Catalepton 5 en 8 algemeen als echt van Vergilius beschouwd.

In de jaren 42-39 schreef hij de Bucolica, die hem opname in de kring van de kunstbeschermer Maecenas opleverden en via deze het contact met Octavianus, de latere keizer Augustus. Hij was bevriend met de dichter Horatius, die hij op zijn beurt bij Maecenas introduceerde (Horatius, Satiren I, 6, 54).

De volgende tien jaren, 39-29 v.Chr. hield hij zich bezig met de Georgica. Deze schijnt hij in ieder geval ten dele in Napels geschreven te hebben, want aan het eind van dit werk schrijft hij: ‘In die tijd werd ik, Vergilius, gevoed door het heerlijke Napels, genietend van de kunst van het eenvoudige nietsdoen.’ (Georgica IV, 562-563). In het jaar 29 las hij gedurende vier dagen in Atella de Georgica voor aan Octavianus, toen die onderweg was naar Rome, waarbij Maecenas Vergilius ondersteunde wegens zijn zwakke stem.

Vanaf 29 v.Chr. tot aan zijn dood in 19 v.Chr. werkte Vergilius vervolgens aan de Aeneïs. Hij genoot inmiddels al een reputatie als een groot dichter, wat bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat de grammaticus Caecilius Epirota hem al in 25 v.Chr. tot schoolauteur maakte ( Suetonius, De Grammaticis 16). In het jaar 23 las hij al de boeken 2, 4 en 6 van de Aeneïs voor in het huis van de keizer. In het jaar 19 v.Chr. ging hij voor drie jaar naar Griekenland om het werk rustig af te ronden. Maar hij werd ziek en overleed op de terugreis in Brundisium. Hij had zijn vrienden Lucius Varius en Plotius Tucca opgedragen de Aeneïs te verbranden als hem iets mocht overkomen. Toen zij dat weigerden, wilde hij zelf op zijn sterfbed de Aeneïs nog verbranden. In zijn testament droeg hij zijn vrienden Lucius Varius en Plotius Tucca op geen werk dat hij zelf niet had uitgegeven uit te geven. Maar na zijn dood gaf Varius op verzoek van Augustus de Aeneïs toch uit.

Graf en grafschrift

Na zijn dood werd Vergilius begraven in Napels. In de wijk Mergellina bevindt zich een graftombe die van oudsher als het ‘Graf van Vergilius’ wordt aangeduid. In feite is het een anoniem graf uit de tijd van Augustus van een niet nader bekend persoon. Ter gelegenheid van Vergilius’ 2000ste geboortejaar werd in 1930 bij het graf een parkje aangelegd, het Parco Vergiliano, dat werd beplant met bomen en struiken op de manier waarop Vergilius dat in zijn Georgica voorschreef.

In Het leven van Vergilius van Aelius Donatus is een grafschrift op Vergilius overgeleverd. Het is een elegisch distichon met de volgende tekst:

Mantua me genuit, Calabri rapuere, tenet nunc
Parthenope; cecini pascua, rura, duces.
Mantua heeft me voortgebracht, de Calabriers hebben me geroofd, nu houdt
Napels me vast; ik heb gezongen over weiden, akkers, leiders.

In dit grafschrift, waarvan de woorden zoals gebruikelijk in de Oudheid in de mond van de overledene zijn gelegd, wordt verteld waar Vergilius is geboren (Mantua), gestorven (Calabrie, Zuid-Italië) en begraven (Napels). Dit grafschrift is ook stilistisch een hoogstandje met twee tricola, alliteratie (Mantua me), een chiasme (door de omkering van tenet Parthenope), enjambement, variatie in de drie geografische namen en asyndeton. Aelius Donatus schrijft dat ‘iemand’ het heeft gemaakt, maar omdat het zo knap is, is de verleiding vaak groot geweest te veronderstellen dat Vergilius zelf het heeft gemaakt. 'Tenet nunc Parthenope' staat er omdat hij na zijn onteigening in Mantua, hij van Octavianus een landgoed tot zijn beschikking kreeg, waar hij zo goed als permanent verbleef. De laatste drie woorden verwijzen naar zijn drie grote werken. 'Pascua' (weiden) verwijst naar zijn 'Bucolica', 'rura' (akkers) verwijst naar zijn 'Georgica' en 'duces' (leiders, maar hier metonymie voor 'helden') verwijst naar zijn 'Aeneïs'.

In andere talen
Аҧсшәа: Вергили
адыгабзэ: Вергилий
Afrikaans: Vergilius
Alemannisch: Vergil
አማርኛ: ዌርጊሊዩስ
aragonés: Virchilio
العربية: فيرجيل
مصرى: فيرجيل
asturianu: Virxiliu
azərbaycanca: Vergili
تۆرکجه: ویرژیل
башҡортса: Вергилий
Boarisch: Vergil
žemaitėška: Vergėlėjos
беларуская (тарашкевіца)‎: Вэргіліюс
български: Вергилий
भोजपुरी: वर्जिल
Bislama: Virgil
বাংলা: ভের্গিল
བོད་ཡིག: བིར་སྒྲེལ།
bosanski: Vergilije
буряад: Вергили
català: Virgili
нохчийн: Вергилий
کوردی: ڤێرجیل
Cymraeg: Fyrsil
Deutsch: Vergil
Zazaki: Vergilius
Ελληνικά: Βιργίλιος
emiliàn e rumagnòl: Virgilio
English: Virgil
Esperanto: Vergilio
español: Virgilio
eesti: Vergilius
euskara: Virgilio
estremeñu: Vergíliu
فارسی: ویرژیل
suomi: Vergilius
Võro: Vergilius
français: Virgile
furlan: Virgjili
Frysk: Fergilius
Gaeilge: Veirgil
贛語: 衛吉
galego: Virxilio
客家語/Hak-kâ-ngî: Vergilius
עברית: ורגיליוס
हिन्दी: वर्जिल
Fiji Hindi: Virgil
Հայերեն: Վերգիլիոս
interlingua: Vergilio
Bahasa Indonesia: Publius Vergilius Maro
Ilokano: Virgilio
íslenska: Virgill
Patois: Virgil
Basa Jawa: Virgil
ქართული: ვერგილიუსი
Qaraqalpaqsha: Vergilius
Адыгэбзэ: Вергилий
Kabɩyɛ: Virgile
қазақша: Вергилий
ភាសាខ្មែរ: វឺជីល
Ripoarisch: Vergil
Kurdî: Vergilius
Lëtzebuergesch: Publius Vergilius Maro
lumbaart: Virgili
lietuvių: Vergilijus
latviešu: Vergilijs
मैथिली: वर्जिल
Malagasy: Virgil
македонски: Вергилиј
മലയാളം: വിർജിൽ
монгол: Вергилий
मराठी: व्हर्जिल
Bahasa Melayu: Virgil
Malti: Virġilju
Mirandés: Bergílio
မြန်မာဘာသာ: ဗာဂျီ
مازِرونی: ویرژیل
Plattdüütsch: Vergil
नेपाल भाषा: भर्जिल
norsk nynorsk: Vergil
norsk: Vergil
occitan: Virgili
Livvinkarjala: Vergilius
ਪੰਜਾਬੀ: ਵਰਜਿਲ
Picard: Virgile
polski: Wergiliusz
Piemontèis: Virgili
پنجابی: ورجل
português: Virgílio
русский: Вергилий
русиньскый: Верґілій
саха тыла: Вергилиус
sardu: Virgiliu
sicilianu: Virgiliu
Scots: Virgil
srpskohrvatski / српскохрватски: Vergilije
Simple English: Virgil
slovenčina: Vergílius
slovenščina: Vergilij
Gagana Samoa: Virgil
shqip: Virgjili
српски / srpski: Вергилије
svenska: Vergilius
Kiswahili: Vergilio
தமிழ்: வேர்ஜில்
Tagalog: Virgil
татарча/tatarça: Вергилий
тыва дыл: Вергилий
удмурт: Вергилий
українська: Вергілій
اردو: ورجل
oʻzbekcha/ўзбекча: Vergiliy
vèneto: Virgilio
vepsän kel’: Vergilii
Tiếng Việt: Vergilius
Winaray: Virgilio
მარგალური: ვირგილიუსი
ייִדיש: ווערגיל
Yorùbá: Virgil
Zeêuws: Virgil
中文: 维吉尔
Bân-lâm-gú: Vergili
粵語: 維吉爾