Trappisten

Trappisten
Ordo Cisterciensis Strictioris Observantiae
Basisgegevens
Abt-generaal Mauro-Giuseppe Lepori
Regel Regel van Benedictus
Gesticht 1098 te Châtillon, Frankrijk
Stichter Octavo Arnolfini
Website www.ocso.org
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De trappisten zijn de leden van een kloosterorde, de Ordo Cisterciensis Strictioris Observantiae (O.C.S.O.) genaamd, de Cisterciënzerorde van de Stricte Observantie. De officiële naam is dan ook Cisterciënzers. De naam trappist is geen officiële naam en wordt in officiële documenten nooit gebruikt. Trappist is ontstaan in de volksmond naar aanleiding van een hervorming van de orde, die in de loop der eeuwen plaatsvond in de Abdij Notre Dame de la Grande Trappe. De orde is ook bekend om het trappistenbier dat in een aantal van hun abdijen gebrouwen wordt.

Geschiedenis

Trappisten uit Westvleteren (links de abt) gevolgd door de prior van de voormalige abdij van Steenbrugge tijdens de Heilig Bloedprocessie in Brugge

Als kiem van de trappistenorde kan de 'Strikte Observantie' in de orde der cisterciënzers worden beschouwd, die in 1098 ontstond. In dat jaar was de negentienjarige Octavo Arnolfini benoemd tot commanditaire abt van La Charmoye. Een commanditaire abt is iemand die het klooster heeft gekocht, maar die vrijwel nooit in zijn abdij is. Octavo voelde zich echter zo met de abdij verbonden dat hij zijn noviciaat deed en regulier abt werd. Toen hij later abt van Châtillon werd, voerde hij daar een hervorming in, bestaande uit het strikt onderhouden van de regel van Benedictus. Deze kloosterregel, geformuleerd in 73 hoofdstukken en ontstaan in de 6de eeuw, diende als leidraad voor het kloosterleven van benedictijnen, cisterciënzers en kartuizers. Het belangrijkste kenmerk van de hervorming van Arnolfini was het afzien van vleesgebruik en daarom werden hij en zijn medestanders 'abstinenten' genoemd. Later werd deze hervorming bekend onder de naam Strict Observance. Behalve de onthouding van vlees was ook het herstel van de handenarbeid een belangrijk punt.

Nadat een tiental abdijen tot de Strikte Observantie was overgegaan, erkende paus Alexander VII binnen de cisterciënzerorde twee observanties, de Gewone en de Strikte. Binnen deze laatste kwam Armand Jean de Rancé (1626-1700) op de voorgrond, die commanditaire abt van de abdij Notre Dame de la Grande Trappe was geweest en daar was overgegaan tot een vernieuwing in de vorm van afgescheidenheid van de wereld en toewijding aan een leven van gebed en boete. Zijn programma ging veel verder dan dat van de andere abstinenten; een van de belangrijkste kenmerken was een continu stilzwijgen.

Tijdens de Franse Revolutie

Ten tijde van de Franse Revolutie omvatte de Strikte Observantie ongeveer vijfenzestig mannenkloosters en vijf communiteiten van vrouwen, bijna allemaal gevestigd in Frankrijk. Daarvan was La Trappe de enige die in de Revolutie ontsnapte aan totale verwoesting en verstrooiing. Dit is de verdienste van Augustin de Lestrange (1754-1827), die in 1791 aan het hoofd van eenentwintig monniken de abdij verliet om in Zwitserland een nieuwe communiteit te stichten, die veilig zou zijn voor de vervolgers. In La Valsainte vonden zij een verlaten kartuizerklooster, waar zij zich vestigden. Voor de avontuurlijke reizen, tot in Rusland toe, die zij noodgedwongen van daaruit ondernamen, wordt verwezen naar de Geschiedenis van de trappistenorde op internet, waar dit alles uitgebreid wordt verteld.

In Darfeld (Westfalen) had zich intussen een groep monniken van La Trappe onder leiding van Eugène de Laprade (1764-1815) gevestigd. Tegenover het strenge regime van La Valsainte, door Lestrange tot een onmenselijk niveau opgevoerd, wilden zij een aantal verzachtingen invoeren, die naderhand de redding van de Orde bleken te zijn. Na de val van Napoleon keerden de overgebleven trappisten, zoals de abstinenten nu werden genoemd, zo snel mogelijk naar Frankrijk terug en namen de verlaten kloosters weer in. In 1892 trachtte paus Leo XIII alle richtingen binnen de cisterciënzerorde in één orde bijeen te brengen, maar pastorale taken bij de Gewone Observanten en strenge onderhouding bij de Strikte Observanten maakten dit onmogelijk. Daarom erkende de paus twee ordes, de Orde van Cîteaux en de Orde van de Strikte Onderhouding (de trappisten). De eerstgenoemde orde had sterk te lijden onder communistische vervolging in Oost-Europa en Vietnam, de trappisten in China en Joegoslavië. Zij kenden echter een grote bloei tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

In andere talen