Tempel van Apollon Epikourios

Tempel van Apollo Epicurius in Bassae
Werelderfgoed cultuur
De tempel van Apollo, "verpakt" in een grote tentconstructie.
De tempel van Apollo, "verpakt" in een grote tentconstructie.
LandVlag van Griekenland Griekenland
UNESCO-regioEuropa en Noord-Amerika
Criteriai, ii, iii
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr.392
Inschrijving1986 (10e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
De tentconstructie die de tempel moet beschermen tegen verdere aftakeling
De tempel van Apollo, plattegrond en reconstructie van het interieur

De tempel van Apollon Epikourios in Vassès (Grieks: Βάσσες; Oudgrieks: Βάσσαι), gebouwd rond 420-400 v.Chr., ligt op een eenzame en afgelegen plek, op een hoogte van 1130 m, in een volkomen verlaten landschap van grijze steenblokken. Toen een herder hem in het begin van de 18e eeuw bij toeval ontdekte, na eeuwen van volslagen vergetelheid, was hij geheel door bossen ingesloten.

Geschiedenis

Volgens Pausanias werd het heiligdom gesticht door de dankbare inwoners van het nabijgelegen Phigaleia (Grieks: Φιγαλεία, Figaleia), omdat Apollo Epikourios ("de Verzorger") hen tijdens de Peloponnesische Oorlog voor de pest had gevrijwaard. Niemand minder dan Iktinos, de architect van het Atheense Parthenon, kreeg volgens Pausanias de opdracht voor de bouw van de tempel, die is gebouwd van kalksteen; alleen de kapitelen en beeldhouwwerken zijn van marmer. Iktinos maakte gebruik van verschillende stijlkenmerken door Korinthische en Ionische elementen in eendrachtige harmonie met de zes meter hoge Dorische zuilen te combineren. Voor zover wij weten werd hier ook de eerste Korinthische zuil ooit opgericht; deze is echter kapotgevallen.

De tempel had de tand des tijds relatief goed getrotseerd: 39 zuilen stonden nog zoals in de Oudheid, toen hij in 1765 werd ontdekt door Joachim Bocher, een Franse architect in dienst van Venetië. Eigenlijk ontbreken alleen het dak en de frontons. De beeldhouwwerken zijn nu niet meer bij de tempel aanwezig omdat ze door kunsthandelaren, die de tempel in 1812 met toestemming van de Ottomaanse machthebber in het gebied onderzochten, werden verwijderd en aan de Engelsen verkocht; zowel de metopen als de fries (met voorstellingen van mythische gevechten tussen Grieken en Centauren / Amazonen) prijken nu in het British Museum te Londen. In 1835 maakte de Russische schilder Karl Brjoellov van de tempel een aquarel, die nu in het Poesjkin Museum in Moskou hangt; deze schildering geeft de toestand van de tempel goed weer (zie 'externe links').

In het begin van de twintigste eeuw werd de tempel door Griekse archeologen gerestaureerd; onder meer werden de omgevallen zuilen overeind gezet. Sinds 1987 staat de tempel ingepakt in een reusachtige tentconstructie, tot er voldoende geld bijeen is gebracht om de architraven opnieuw te plaatsen. Zonder deze architraven tasten de nachtvorst en het insijpelende water de door aardbevingen gebarsten zuilen aan. Sommigen denken dat ook de bruinkoolcentrale nabij Megalopolis verantwoordelijk is voor de achteruitgang van deze tempel.

In andere talen