Symmetrische componenten

Een driefasennet met 20% harmonische 3; de homopolaire component

De theorie van de symmetrische componenten werd uitgevonden door Dr. Charles L. Fortescue van Westinghouse in 1918 en werd verder ontwikkeld in de jaren 1920 tot 1930 door Edith Clarke van GE, C.F. Wagner en Robert Evans van Westinghouse. De theorie van de symmetrische componenten hoort thuis in de elektrotechniek bij de meerfasige wisselstroomnetten bijvoorbeeld driefasennetten. Elke asymmetrie in een meerfasig wisselstroom systeem met grondfrequentie f kan opgesplitst worden in drie onafhankelijke eenfasige symmetrische componenten: normale, inverse en homopolaire systeem geheten. Elke van deze systemen heeft een bepaalde frequentie, draaizin fase en amplitude. De theorie van de symmetrische componenten wordt gebruikt om de invloed van harmonischen door niet lineaire belastingen op het net te onderzoeken alsook enkelfasige invloeden zoals kortsluiting en aardsluiting. Naast het symmetrische componentensysteem zijn er ook andere componentsystemen zoals het diagonale componentsysteem van E. Clarke en het twee-assige componentsysteem van P.H. Park.