Robert Clive

Robert Clive, de eerste Baron Clive of Plassey. Olieverf op doek, door Nathaniel Dance, datum onbekend.

Robert Clive, de eerste Baron Clive of Plassey, ( Shropshire, 29 september 1725Londen, 22 november 1774), door zijn landgenoten wel Clive of India genoemd, was een Brits militair en koloniaal bestuurder wiens militaire overwinningen aan de basis stonden van de Britse heerschappij over India. Clive was opgeleid als koopman en begon zijn loopbaan als klerk bij de East India Company in Madras. Toen de Britse kolonies door de Fransen bedreigd werden in de eerste oorlog om de Carnatic meldde hij zich aan voor militaire dienst. Zijn gewaagde inname en heldhaftige verdediging van Arcot (1751), waarbij hij tegenover een overmacht stond, vormde een omslagpunt in de oorlog ten gunste van de Britten. Clive's bekendste wapenfeit was zijn overwinning in de slag bij Plassey (1757) op de nawab van Bengalen, opnieuw tegen een grote overmacht. Als gevolg van deze overwinning viel het bestuur van Bengalen in handen van de Britse East India Company. Clive vergaarde een fortuin in India en keerde naar Engeland terug als een gevierd man. Hedendaagse critici wijzen echter op de corruptie en zelfverrijking van de Britse beambten onder Clive's bevel. Ook in zijn eigen tijd zette de zelfverrijking van beambten van de Company veel kwaad bloed, maar Clive verdedigde zijn optreden in het Britse parlement met verve. Samen met de latere gouverneur-generaal Warren Hastings wordt Clive gezien als stichter van Brits-Indië.

Jeugd

De kerktoren van Market Drayton in Shropshire, die Clive als kind zou hebben beklommen.

Robert Clive was de zoon van Richard Clive en Rebecca Gaskell. Hij was de oudste van dertien kinderen waarvan er zes jong stierven; vijf dochters en twee zoons bereikten de volwassenheid. De familie bezat sinds de 16e eeuw een klein landhuis met de naam Styche Hall bij Market Drayton in Shropshire. De opbrengsten uit het landgoed bedroegen rond de 500 Britse pond per jaar (dat is, omgerekend naar 2010, rond de 120.000 euro), waarmee de familie tot het rijkere deel van de Engelse middenklasse behoorde. Voor vader Richard Clive betekende het landgoed een welkome aanvulling op zijn inkomen als advocaat in Londen. Daarnaast was hij parlementslid voor het district Montgomeryshire. Richard Clive had een humeurig karakter, dat zijn zoon blijkbaar van hem erfde. De jonge Robert Clive werd als peuter naar zijn moeders zuster in Manchester gestuurd om daar te worden opgevoed, mogelijk vanwege de afwezigheid van zijn vader op het landgoed in Shropshire. [1] De tante meldde dat het kind aanleg voor vechtpartijen toonde. Op school was hij geen goede leerling en veroorzaakte hij regelmatig problemen.

De tante stierf toen Robert Clive negen jaar oud was. Na een kort verblijf in zijn vaders huis in Londen werd hij terug naar Shropshire gestuurd. In Market Drayton voerde hij een groep jongens aan die de lokale winkeliers terroriseerden. Clive toonde al op jonge leeftijd weinig angst: hij zou ooit de kerktoren van het dorp beklommen hebben om op een gargoyle gezeten voorbijgangers schrik aan te jagen. [2] Voor school had de jonge Clive echter weinig interesse. Zijn vader stuurde hem achtereenvolgens naar scholen in Londen en Hertfordshire om uiteindelijk een opleiding als koopman af te ronden. Robert Clive bezat een bovengemiddelde intelligentie, maar had een impulsief karakter en was als jongen fysiek sterk ontwikkeld, waarbij hij weinig interesse in studie toonde. Op latere leeftijd zou hij het gebrek aan educatie in zijn jeugd compenseren met zelfstudie.

In andere talen