Preromaanse kunst

De preromaanse kunst is de naam van de kunst tussen de tijd van de Merovingen in de 6e eeuw tot het begin van de romaanse kunst in de 11e eeuw. Niet alle kunsthistorici zijn even gelukkig met deze benaming die werd gelanceerd door Jean Hubert in 1938,[1] omdat zij alleen maar aanduidt dat het kunst van voor de romaanse periode was.

Deze periode wordt vooral gekenmerkt door de opname van Romeinse en mediterrane elementen in de Germaanse vormentaal en de daaruit resulterende nieuwe mengvormen die naar de romaanse kunst leidden.

In Ierland, Schotland en Northumbria ontstond de Anglo-Ierse of Insulaire stijl, een mengvorm van Keltische, Byzantijnse en Anglo-Saksische elementen. De Insulaire kunst werd naar het continent gebracht door missionarissen die zich in Gallië vestigden en er klooster stichtten.

In het Frankische rijk evolueerde de Merovingische via de Karolingische kunst die een hoogtepunt bereikte tijdens de Karolingische renaissance naar de Ottoonse kunst die dan weer sterk werd beïnvloed door de kontakten met Byzantium. De Karolingische kunst gaat over in de romaanse kunst in het West-Frankische Rijk; de Ottoonse kunst ligt aan de basis van de romaanse kunst in Oost-Francië.

In andere talen