Politieke economie

Jean-Jacques Rousseau, Discours sur l'oeconomie politique, 1758

Politieke economie en staathuishoudkunde zijn verouderde namen van de wetenschap die sinds eind negentiende eeuw simpelweg economie heet, of meer in het bijzonder van de algemene economie. Tegenwoordig wordt er ook een interdisciplinaire sociale wetenschap mee aangeduid, die sociaaleconomische en politieke vraagstukken benadert met methoden uit de economie, politicologie en/of sociologie. [1]

Geschiedenis

Politieke economie was de originele term voor de studie van productie, het kopen en verkopen, de relatie tot wetten, klanten en overheid. Het is ontwikkeld in de 18de eeuw als de studie van 'economie van de staat'.

In tegenstelling tot de theorie van de fysiocraten, waarbij land wordt beschouwd als de bron van rijkdom. Sommige politieke economen stelden de 'arbeid theorie' voor (deze werd geïntroduceerd door John Locke, ontwikkeld door Adam Smith en later Karl Marx). Hierbij is arbeid de echte bron van rijkdom. Vele politieke economen verwezen ook naar de versnelling van de ontwikkeling van de technologie. Deze ontwikkeling had een economische rol en de sociale relaties werden nog belangrijker.

In de late 19de eeuw werd de term 'politieke economie' meestal vervangen door de term economie, deze werd gebruikt door mensen die de studie van economie eerder op mathematische basis bekeken dan op een structurele relatie van productie en consumptie.

In andere talen
العربية: اقتصاد سياسي
azərbaycanca: Siyasi iqtisadiyyat
Bahasa Indonesia: Ilmu ekonomi politik
日本語: 政治経済学
한국어: 정치경제학
norsk nynorsk: Politisk økonomi
português: Economia política
Simple English: Political economy
српски / srpski: Politička ekonomija
Türkçe: Siyasi ekonomi
Tiếng Việt: Kinh tế chính trị
Bân-lâm-gú: Chèng-tī keng-chè