Pierrot Lunaire (Schönberg)

Pierrot Lunaire opus 21 is een compositie van de Oostenrijkse componist Arnold Schönberg uit 1912.

Geschiedenis

De Belgische dichter Albert Giraud (1860-1929) schreef in 1884 een serie van vijftig gedichten rond Pierrot, de klassieke clown uit de commedia dell'arte; 'Pierrot Lunaire' betekent 'Pierrot in de maneschijn' of 'De maanzieke Pierrot'. De macabere, symbolistische gedichten zijn geschreven in een specifieke dichtvorm, het rondo, waarin per gedicht steeds de eerste, de middelste en de laatste regel (of twee regels) ongeveer gelijk zijn.

De Duitse dichter Otto Erich Hartleben (1864-1905) publiceerde in 1892 een vrije bewerking van deze gedichten in het Duits, een cyclus van 21 gedichten (waarvan twee geheel door hemzelf geschreven), met veranderde volgorde, en met weglating van sommige beschreven personen. Een voorbeeld van één van de cynische gedichten:

GALGENLIED
Die dürre Dirne
Mit langem Halse
Wird seine letzte
Geliebte sein.
In seinem Hirne
Steckt wie ein Nagel
Die dürre Dirne
Mit langem Halse.
Schlank wie die Pinie,
Am Hals ein Zöpfchen -
Wollüstig wird sie
Den Schelm umhalsen,
Die dürre Dirne!

Arnold Schönberg gebruikte de gedichten als basis voor zijn compositie Pierrot Lunaire, geschreven in opdracht van de actrice Albertine Zehme.