Neoconservatisme

Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het neoconservatisme is een politieke stroming in de Angelsaksische wereld (vooral de VS), die een interventionistisch buitenlands beleid koppelde aan een rechts-liberale economische politiek. De benaming van de stroming betekent 'nieuw conservatisme' en duidt een breuk aan met het oude Amerikaanse conservatisme, vooral op het vlak van internationale betrekkingen. De stroming wordt doorgaans gecategoriseerd onder het conservatief-liberalisme: beduidend liberaler dan de klassieke Amerikaanse conservatieven met een grotere nadruk op economisch liberalisme.

De stroming deed opgeld in de jaren 70 en 80, toen prominente neoconservatieven tot de regeringen- Ford en - Reagan toetraden, en opnieuw rond 2000 toen George W. Bush president van de VS werd. Neoconservatieven worden ook wel neocons genoemd.

Geschiedenis

De neoconservatieve stroming heeft geen eenduidige oorsprong. De grondlegger van het neoconservatisme is volgens sommigen Leo Strauss (1899-1973), een in Duitsland geboren ideeënhistoricus uit de Verenigde Staten die in het liberalisme het morele verval van de westerse samenleving zag. De theorie zou direct invloed uitgeoefend hebben op verschillende invloedrijke personen in de politiek van de Verenigde Staten, zoals Donald Rumsfeld en Paul Wolfowitz. Een bekend voorbeeld van het neoconservatisme in de Verenigde Staten zijn de leden van het Project for the New American Century, een groep die tot doel heeft om de waarden van het (neoconservatieve) gedachtegoed van de Verenigde Staten te verbreiden over de gehele wereld. Veel historici zien de politieke wortels van het neoconservatisme in de jaren zeventig, onder het presidentschap van Nixon. Personen als de democratische senator Henry Jackson en Richard Perle waren uit morele gronden fel tegenstander van de detente van Richard Nixon en Henry Kissinger. Het idee achter detente, de Sovjet-Unie zien als een politiek en moreel gelijkwaardig land, deed Jackson en Perle gruwen. Het neoconservatisme wordt vaak als rechts geafficheerd. Opmerkelijk is dat vele voorlieden van deze richting een links-radicaal verleden hebben, zoals Irving Kristol, namelijk uit socialistisch- trotskistische hoek, die begin jaren 70 een anti-communistische (anti-Sovjetische) positie binnen de Democratische Partij trachtten te behouden. Maar toen dat onmogelijk werd, stapten vele trotskisten over naar diverse opkomende radicale denktanks en naar de Republikeinse Partij. Mede met neoconservatieve steun werd Ronald Reagan tot president verkozen die, anders dan zijn voorganger Jimmy Carter, niet de nadruk legde op detente, maar op herbewapening, waarmee de Sovjet-Unie door economische uitputting op de knieën zou worden gedwongen.

In andere talen