Nationalisme

La Liberté guidant le peuple (De Vrijheid voert het Volk aan) van Eugène Delacroix waarop Marianne het Franse nationalisme symboliseert tijdens de Julirevolutie in 1830.
Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon   Politiek

Nationalisme is een politieke ideologie die stelt dat de staat als politieke eenheid moet voortvloeien uit de natie als historisch gegroeide sociaal-culturele eenheid. Dit kan gepaard gaan met een idee van exceptionalisme, wat de eigen nationale identiteit afgrenst tegenover andere naties. Nationalisme kan gebruikt worden om de sociale cohesie en de interne integratie te bevorderen binnen de eigen natie of ingroup, en kan dan leiden tot het eisen van integratie als voorwaarde om tot die natie te kunnen behoren. Het niet daaraan voldoen kan de vormen aannemen van afsplitsing ( segregatie) dan wel isolatie in nationaal opzicht ( outgroup).

Er zijn verschillende vormen van nationalisme te onderscheiden, waaronder staatsnationalisme, cultuurnationalisme, etnisch nationalisme, nationaalsocialisme, romantisch nationalisme, liberaal nationalisme, politiek nationalisme, burgerlijk nationalisme, imperialistisch nationalisme, racistisch nationalisme, dekoloniserings- ofwel bevrijdingsnationalisme en economisch nationalisme. Een aantal van deze 'nationalismen' hangen met elkaar samen, sommige geven ontwikkelingsfasen aan en gaan in elkaar over, andere laten alleen een bepaalde invalshoek zien die dan gecombineerd moet worden met een bredere nationale stroming. Veelal is er een bepaalde mate van overlapping tussen deze nationale uitingsvormen. Nochtans is het nationaalsocialisme een extremiteit die strikt genomen niet als nationalisme kan worden omschreven, omdat de nazi-ideologen de verovering van grondgebied op het oog hadden om Lebensraum te verkrijgen voor het nog te scheppen Arische superras. Daarbij speelden historische bewoners en cultuur van die gebieden geen rol, behalve als zij propagandistisch in een pseudo-historisch perspectief als Duits of Arisch konden worden voorgesteld. Beter is het om dit nationalisme als racistisch imperialisme aan te duiden.

Het verschijnsel nationalisme moet geplaatst worden in het begrip natie (afgeleid van het Latijnse natio wat betekent 'volksstam') aan het einde van de achttiende eeuw. Het is sterk verbonden met het proces van modernisering sindsdien. In Duitsland ontstond een cultuurnationalisme, terwijl in Frankrijk staatsnationalisme sinds de Franse Revolutie de toon aangaf. Waar deze stromingen aanvankelijk liberaal en progressief waren, gold dat niet voor het etnisch nationalisme dat opkwam in Centraal- en Oost-Europa. Nationalisme was gedurende de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw een van de grootste politieke bewegingen, met onder meer uitgevonden tradities en nationalistische geschiedschrijving tot gevolg. Buiten Europa begon het nationalisme vooral vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw terrein te winnen en dan als model voor staatsvorming in de voormalige kolonies.

Oorsprongen

Volgens verschillende historici, onder wie Eric Hobsbawm, heeft het nationalisme jakobijnse wortels. [1] Het nationalisme wordt daarbij beschouwd als een uitwerking van de ideologie van de volkssoevereiniteit. Het Franse staatsnationalisme ontstond in de tijd van de Franse Revolutie en kenmerkte zich in eerste aanleg als liberaal en progressief. Het stond sindsdien model voor zich elders ontwikkelende nationalismen en was daarin een kader voor de democratische emancipatie van de staatsburgers. Echter, in het romantisch nationalisme, ook wel etnisch nationalisme of volksnationalisme van Centraal- en Oost-Europa was een geheel andere ontwikkeling gaande. Staatsburgerlijke emancipatie was voorlopig niet aan de orde; de volkeren hier leefden in supra- en multinationale staten, zoals Oostenrijk-Hongarije, het Russische en het Ottomaanse Rijk, en konden hun politiek-staatkundige emancipatie niet binnen deze staten verwezenlijken. Zij streefden daarom naar een eigen nationale staatsvorm waarbinnen zij zich politiek zouden kunnen emanciperen. Hun uitgangspunt was daarmee niet het bestaande staatsburgerschap, maar het behoren tot een volk ( etniciteit). Soevereiniteit was voor hen, anders dan in het staatsnationale denken, niet in de bestaande staat verankerd maar in een volk. Pas na het stichten van een op dat volk gebaseerde nationale staat zou politieke emancipatie tot een staatsburgerschap zoals in West-Europa ontwikkeld kunnen worden. Na de Eerste Wereldoorlog zou dit ook het uitgangspunt worden in de vredesregelingen die uit de ontbonden multinationale grootmachten een aantal nieuwe nationale staten schiepen. Deze hadden een staatsburgerschap die nationaal innerlijk verdeeld was omdat aan elke nieuwe staat aanzienlijke nationale minderheden op zijn grondgebied werden toegewezen. In dit deel van Europa kwam de staatsvorming aldus in de schaduw van de nationale identiteitsvorming te staan. De nationale staat werd daar uiteindelijk het resultaat van de nationale identiteit, en niet de vormgever zoals in West-Europa. Na de Tweede Wereldoorlog zou dit spanningsveld gewelddadig opgelost worden door massale nationale ofwel etnische zuiveringen, waarin de staatsburgerschap werd beperkt tot de nationale volksgenoten en nationale minderheden over de staatsgrenzen werden verdreven. In feite zijn de West en de Midden-Europese staten als staatsnationale constructies aan elkaar gelijk geworden maar de weg daarheen is voor die eerste evolutionair en voor die laatste dramatisch en traumatisch geweest. Nog steeds speelt dit, tot onbegrip en misverstand leidende, verschil een rol in de verhouding tussen de Europese staten en in het begrip voor de tegenstellingen tussen natie en nationale minderheid in de Midden-Europese staten.

Deze tegenstelling tussen West- en Midden-Europa speelde overigens ook, maar dan alleen in de discussie, in West-Europa waar het staatsnationalisme al vroeg werd genuanceerd. Zo zocht Rousseau naar een legitimiteit voor de macht van een regering. De gedachte dat een opperwezen de regering haar legitimiteit gaf was in het achttiende-eeuwse Frankrijk in kringen van verlichte filosofen niet meer aanvaardbaar. Hun opvatting wordt modernisme genoemd. Een andere belangrijke strekking is het etno-symbolisme (Anthony D. Smith) dat stelt dat moderne naties weliswaar in de moderne tijd werden gevormd, doch wel met de (etnische) elementen uit het verleden en op basis van een gedeelde symbolische wereld. Nog weer andere opvattingen verdedigen de fundamentalistische stelling dat moderne naties in werkelijkheid op voorlopers uit de tijd van de Volksverhuizingen of de klassieke Oudheid teruggaan (perennialisme) en deze in moderne vorm voortzetten. Er bestaat op dit ogenblik geen algemeen aanvaarde verklaring voor de oorsprong van nationalisme en dat geeft aan dat dit begrip niet zonder nadere verklaring is te gebruiken.

Toch blijft ondanks de pluriforme betekenis nationalisme een waardevol discussiebegrip omdat het een juridisch en politiek fundamenteel probleem stelt door te bepalen dat een staatsburgerschap 'als volk' collectief soeverein is. Dat impliceerde rond 1800 dat de mensen die tot die collectiviteit volk behoorden, boven de adel en de monarchie, het onvervreemdbaar recht hadden zichzelf te besturen en daartoe hun wetten op te stellen. Dit recht strekte zich dan uit tot de grenzen van hun staat - de nationale staat - en maakte daarbinnen onderscheid tussen degenen die tot het staatsvolk horen en die, bijvoorbeeld als nationale minderheden, daar buiten staan. Dit bevestigde dan de basis van de natiestaat waarop de politieke betrokkenheid en participatie zich tot democratie zouden ontwikkelen. In dit kader is het derhalve een onontkoombare voorwaarde om te bepalen wie en op welke gronden behoort tot deze politieke natie en wie daar buiten staat en mogelijk tot een andere natie behoort.

Het gematigd nationalisme kan zich enten op een parlementaire democratie, maar het extreme, anders gezegd radicale, nationalisme tijdens het interbellum zag in democratie een verzwakking van de volks- en de staatskracht, vooral als nationale minderheden daarvan gebruik konden maken om rechten op te eisen die de staatkundige uniformiteit bedreigden. In sociaal-economisch opzicht streefden nationalisten een afgesloten eenheid na, anders gezegd een nationale markt. Het corporatisme ontwikkelde zich daarbinnen. Het belang van de natie eiste eenheid van het volk, en democratie was geïnstitutionaliseerde verdeeldheid. Dat gold overigens ook voor het communisme, dat de klassentegenstellingen benadrukte en het begrip volk beperkte tot de arbeidersklasse om het, althans theoretisch, boven alle volken te stellen en zodoende inter- of supranationaal te worden. Vele theoretici, zoals David Miller, zien in de nationale staat het kader waarop zich een republikeinse democratie kan vestigen. Een republikeinse democratie bestaat eruit dat de burgers bereid zijn hun opvattingen te veranderen als anderen steekhoudende argumenten aanleveren en deze houding vereist onderling vertrouwen. De kans dat dit onderlinge vertrouwen zich voordoet is het grootst als solidariteit en wederzijdse (h)erkenning van de burgers onderling al in het behoren tot één volk gegeven zijn, derhalve in de national(istisch)e staat. Ondanks deze discussies is in West-Europa en Amerika het staatsnationalisme steeds de dominante vorm van nationalisme gebleven, een waarin de natie wordt gedefinieerd als de burgerschap van de bestaande staat, die in principe verschillende volken of etniciteiten kan omvatten, zoals in immigrantenstaten en met name in de Verenigde Staten expliciet tot uitdrukking komt. Het formele staatsburgerschap is hier uitgangspunt. Het onderscheidt zich daarmee van het etnisch nationalisme dat juist een staat wil vormen vanuit één specifiek, tot natie geëvolueerd, volk. In het staatsnationalisme behoort men pas volledig tot de natie als men zich solidariseert en identificeert met de de wetgeving, gewoontes en normen, de geschiedenis en de taal van de staat. In het staatsnationalisme wordt de nationale identiteit bewust en programmatisch vormgegeven door het onderwijs en de media, om na enkele generaties een vanzelfsprekendheid te worden. In West-Europa is de aanvankeljike plurifomiteit van culturen en identiteiten opgelost in een staatsnationale eenheid met hooguit regionale en sociale differentiaties. In Midden-Europa is de pluriformiteit in de staten die in 1919-1921 werden gesticht eerst met assimilatiedwang onderdrukt, en na 1945 radicaal opgelost door etnische zuivering van minderheden die niet inpasbaar geacht werden binnen de uniforme nationale identiteit van de staat. Of die daarmee in strijd bleken omdat zij verwant waren aan de nationale identiteit van een naburige staat waaraan zij hun loyaliteit hadden betuigd.

In andere talen
Alemannisch: Nationalismus
aragonés: Nacionalismo
العربية: قومية
অসমীয়া: জাতীয়তাবাদ
asturianu: Nacionalismu
azərbaycanca: Millətçilik
башҡортса: Милләтселек
žemaitėška: Naciuonalėzmos
беларуская: Нацыяналізм
беларуская (тарашкевіца)‎: Нацыяналізм
български: Национализъм
brezhoneg: Broadelouriezh
bosanski: Nacionalizam
català: Nacionalisme
нохчийн: Национализм
čeština: Nacionalismus
Deutsch: Nationalismus
Ελληνικά: Εθνικισμός
English: Nationalism
Esperanto: Naciismo
español: Nacionalismo
eesti: Rahvuslus
euskara: Nazionalismo
estremeñu: Nacionalismu
føroyskt: Nationalisma
français: Nationalisme
galego: Nacionalismo
עברית: לאומיות
हिन्दी: राष्ट्रवाद
Fiji Hindi: Rastryawaad
hrvatski: Nacionalizam
Bahasa Indonesia: Nasionalisme
Ilokano: Nasionalismo
italiano: Nazionalismo
Patois: Nashinalizim
Basa Jawa: Nasionalisme
қазақша: Ұлтшылдық
한국어: 내셔널리즘
къарачай-малкъар: Миллетчилик
Ladino: Nasionalizmo
Limburgs: Nationalisme
lumbaart: Naziunalism
lietuvių: Nacionalizmas
latviešu: Nacionālisms
македонски: Национализам
മലയാളം: ദേശീയത
Bahasa Melayu: Nasionalisme
Mirandés: Nacionalismo
မြန်မာဘာသာ: အမျိုးသားရေးဝါဒ
مازِرونی: ناسیونالیسم
नेपाल भाषा: राष्ट्रवाद
norsk nynorsk: Nasjonalisme
occitan: Nacionalisme
ਪੰਜਾਬੀ: ਕੌਮਪ੍ਰਸਤੀ
polski: Nacjonalizm
Piemontèis: Nassionalism
پنجابی: نیشنلزم
português: Nacionalismo
rumantsch: Naziunalissem
română: Naționalism
русский: Национализм
русиньскый: Націоналізм
саха тыла: Национализм
sicilianu: Nazziunalismu
davvisámegiella: Nationalisma
srpskohrvatski / српскохрватски: Nacionalizam
Simple English: Nationalism
slovenčina: Nacionalizmus
slovenščina: Nacionalizem
српски / srpski: Национализам
svenska: Nationalism
Kiswahili: Utaifa
Türkçe: Milliyetçilik
татарча/tatarça: Милләтчелек
тыва дыл: Национализм
ئۇيغۇرچە / Uyghurche: مىللەتچىلىك
українська: Націоналізм
oʻzbekcha/ўзбекча: Millatchilik
Tiếng Việt: Chủ nghĩa dân tộc
Winaray: Nasyonalismó
მარგალური: ნაციონალიზმი
中文: 民族主義
Bân-lâm-gú: Bîn-cho̍k-chú-gī
粵語: 民族主義