Meistersinger

Meistersinger en juryleden (1600)

Een Meistersinger (vertaald: meesterzanger) was een dichter en/of zanger van burgerlijke afkomst in de 15e en 16e eeuw. Meistersinger (meervoud) waren verenigd in een soort gilde.

Dichtkunst en melodie van de Meistersang waren afgeleid van de minnezang en moesten aan strenge regels voldoen. De meeste van de zangers waren handwerkslieden, maar er waren ook priesters, docenten en juristen bij.

Organisatie

Uitnodiging voor een bijeenkomst van de Neurenbergse Meistersinger uit de late 16e eeuw

Aan Meistersinger-Schulen (meesterzangscholen) werd de meesterzang, zijn structuur van verzen en strofes (en aanvankelijk ook de begeleiding op de luit) onderwezen. De zangersgilde maakte onderscheid tussen verschillende graden: leerling, vriend van de school, zanger, dichter en – pas na presentatie en goedkeuring van een meesterlied – de meestertitel. De Bijbelse psalmdichter koning David was de beschermheilige.

Centra van de Meistersinger waren Augsburg, Neurenberg, Straatsburg en Frankfurt. Er waren echter ook vergelijkbare muziekgildes van handwerkslieden onder andere in Opper-Oostenrijk en Tirol, in de Elzas, in Gdańsk, Breslau en Praag. De regelmatige bijeenkomsten vonden meestal in kerken of raadhuizen plaats, later ook onder de naam 'Zeche' (gelag) in kroegen. Dan werden de dichtwerken voorgedragen en door het gildebestuur ('Merker') volgens de regels van de tabulatuur beoordeeld. In de Marthakirche in Neurenberg beschikten de Meistersinger over een eigen podium. Voor de meestertitel kwamen alleen dichters in aanmerking die een nieuwe melodie ('Ton', wijs) wisten te bedenken en deze vlekkeloos voordroegen. Oorspronkelijk waren de regels bedoeld om de uitvoerenden te ondersteunen en tot componeren aan te zetten, maar door de steeds strakkere uitleg ervan begonnen ze te knellen. Richard Wagner karikaturiseerde dit gegeven in zijn opera 'Die Meistersinger' (1868). De naam van het personage van de strenge stadsschrijver 'Beckmesser' werd in de Duitse volksmond tot synoniem voor pedanterie.

De liederen hadden een vast schema, de bar-vorm: twee 'Stollen' (strofen) en een 'Abgesang' (afsluitend deel) vormden samen een 'bar'. De vorm was dus AAB, maar deze werd dikwijls uitgebreid door een 'Stollen' aan het eind van de Abgesang te herhalen.

In 1697 schreef Johann Christoph Wagenseil, een Duitse geschiedenisdocent, het traktaat Von der Meister-Singer Holdseligen Kunst. Hierdoor zijn veel namen van Neurenbergse meesterzangers bewaard gebleven.

In andere talen
Alemannisch: Meistersinger
беларуская: Майстэрзінгеры
български: Майстерзингер
brezhoneg: Meistersinger
Deutsch: Meistersinger
English: Meistersinger
Esperanto: Majstrokantisto
euskara: Meistersinger
français: Meistersinger
italiano: Meistersinger
русский: Мейстерзанг
svenska: Mästersång
українська: Мейстерзанг
中文: 名歌手