Impressionisme

Pierre-Auguste Renoirs Lunch van de roeiers (1880-1881), een exemplarisch impressionistisch werk dat nagenoeg alle kenmerken van de stroming in zich verenigt.

Het impressionisme is een kunststroming, ontstaan vanuit de schilderkunst. De beweging had haar bakermat in Frankrijk, in de tweede helft van de negentiende eeuw. Aanvankelijk ontstond ze als een revolterende beweging tegenover de toen algemeen aanvaarde en officieel door de staat erkende classicistische academische kunst. Uiteindelijk ontwikkelde het zich tot een totaal nieuwe stijltechnische conceptie die aan de wieg stond van het modernisme uit de twintigste eeuw. Typerende aspecten van het impressionisme zijn de gerichtheid op de beleving van het moment ('impressie'), de keuze voor thema's uit het 'moderne leven', de bijzondere aandacht voor lichteffecten en kleur, een schetsachtige werkwijze en het werken in de openlucht.

Tot de bekendste vertegenwoordigers behoorden kunstschilders als Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir, Edgar Degas en Paul Cézanne. De impressionisten exposeerden hun werk tussen 1874 en 1886 op acht door henzelf georganiseerde tentoonstellingen in Parijs. Na 1886 werd hun vernieuwersrol overgenomen door neo- en postimpressionistische groeperingen, hoewel de stroming ook na die tijd in diverse landen buiten Frankrijk nog belangrijke bloeiperiodes zou kennen.

Ook in de eenentwintigste eeuw kan het impressionisme nog steeds bogen op een grote populariteit. Thema-exposities en impressionistenafdelingen van grote musea trekken hoge bezoekersaantallen. [1] Qua prijzen kunnen impressionistische topwerken zich meten met ' oude meesters'. [2]

Het impressionisme werkte ook in andere kunstvormen door, zoals de klassieke muziek, de literatuur, de beeldhouwkunst en de fotografie.

Stijl en kenmerken

Manets Een bar in de Folies-Bergère, 1882, in zijn latere impressionistische stijl, gesitueerd in het Parijse uitgaansleven.

Er bestaat geen algemene theorie van het impressionisme. Renoir zei ooit: 'Ik heb geen regels of methodes. Iedereen mag komen kijken wat ik gebruik of mij bij het schilderen gadeslaan. Ze zullen zien dat ik geen geheimen heb'. [3] De vraag wat het impressionisme typeert is dan ook niet eenduidig te beantwoorden en kan per kunstenaar sterk verschillen.

Niettemin zijn er een aantal criteria te noemen die doorgaans als onderscheidend worden gezien: [4]

Impressie, schetsmatige werkwijze

Op de eerste plaats kan gewezen worden op de term 'impressie', die bij uitstek tot het impressionistische vocabulaire ging behoren: de onmiddellijke beleving van het moment, vaak een willekeurig tafereel uit het dagelijks leven, zonder verdere boodschap of doel. Daarbij ging het in de weergave niet langer om een objectieve registratie van de werkelijkheid, maar vooral de subjectieve waarneming van de kunstenaar die leidend werd, met veel aandacht voor sfeer. De kunstenaar was tevreden en 'klaar' zodra de impressie was vastgelegd, hetgeen de spontane en schetsmatige indruk van een kunstwerk vaak versterkte: alsof het in een paar minuten op doek was gezet, in een losse toets, nog niet geheel af. De vlotte penseelstreken en de ogenschijnlijk slordige uitvoering kunnen daarbij gezien worden als metaforen voor het vluchtige moment en de snelheid van het dagelijks leven.

Thema's uit het eigentijdse leven

Hoewel ook portretten en landschappen in zwang bleven, was het impressionisme ook vernieuwend in zijn thema's, die veelal gekozen werden uit het eigentijdse en alledaagse leven. Voor het eerst werden arbeiders, prostituees, cafégangers, willekeurige voorbijgangers en andere 'gewone mensen', systematisch tot onderwerp van een schilderij gemaakt, vaak op locaties waar het moderne leven zich bij uitstek afspeelde: stations, bruggen en parken, operahuizen, stranden, regatta's, enzovoort. Het veranderende Parijs, dat in de jaren 1860 door baron Georges-Eugène Haussmann werd getransformeerd van een oude stad vol middeleeuwse steegjes, tot een moderne metropool met brede boulevards, vormde daarvoor het ideale decor. Door de 'impressies' van het veranderende leven tot het brandpunt van hun kunst te maken legden de impressionisten de nadruk op het aspect van de individualiteit, dat een kenmerk van de nieuwe, moderne samenleving zou worden. In deze zin kan de impressionistische kunst tevens worden gezien als een weerspiegeling van een proces van maatschappelijke verandering.

De aandacht van de impressionisten voor technologische ontwikkelingen kan voorts worden gekoppeld aan de interesse van velen onder hen voor de opkomende fotografie, die het doel van de schilderkunst in een ander daglicht stelde. Typerend is dat de impressionisten deze ontwikkeling niet als bedreiging zagen, maar het nieuwe medium volop omarmden. De vluchtige weergave van mensen en objecten alsook het gebruik van afsnijding (of zelfs volledige lege plekken in de compositie), zijn duidelijk te herleiden naar de techniek van de fotografie.

De kaartspelers van Cézanne, 1893-1896, in de voor zijn werk kenmerkende monumentale stijl waarmee hij vooruitliep op het latere modernisme.

Licht en kleur, werken in de openlucht

In de technische uitwerking vielen de impressionisten vooral op door hun behandeling van contrast, kleur en licht. Er was veel aandacht voor de verschillende schakeringen bij veranderend licht en voor de onderlinge relaties van de kleurwaarden, die vaak in complementaire tonen werden weergegeven op een fijn verdeelde schaal van licht naar donker. Motieven, vormen en omtrekken (belijning) werden daaraan ondergeschikt gemaakt. Het kleurgebruik werd bovendien feller en intenser, hetgeen samenviel met een toename van kleur in de buitenwereld: chemische processen hadden geleid tot een enorme groei in de beschikbaarheid van kleurstoffen. Dat leidde bijvoorbeeld tot een toename van bonte kleren op straat, maar bijvoorbeeld ook tot een grotere beschikbaarheid van allerhande pigmenten, vaak ook nieuwe, zoals chroomgroen. Zwart werd zelden gebruikt. De elementaire kleuren werden vaak nat-in-nat in los naast elkaar geplaatste toetsen op doek gebracht, zodat ze op afstand de gewenste kleurvariaties vormden en aldus een subtielere nuancering toelieten. Belangrijk was hierbij niet meer de stoffelijke preciesheid van de vormen in de natuur, maar veeleer de kleurrijke oplossing van zon, licht en lucht.

De kant-en-klare beschikbaarheid van verf in tubes, na de uitvinding door Geoffrey Rand in 1841, [5] bevorderde bovendien het werken ' en plein air', hetgeen nog een ander aspect was dat de impressionistische kunstschilder typeerde. Impressionisten wilden het 'waargenomene' direct afbeelden zoals het zich aan hen toonde en zoals ze de impressie zelf ter plekke ervoeren. Ze waren dan ook altijd op straat te vinden of ergens in het landschap, in elk geval buiten.

In andere talen
Afrikaans: Impressionisme
Alemannisch: Impressionismus
العربية: انطباعية
asturianu: Impresionismu
azərbaycanca: İmpressionizm
беларуская: Імпрэсіянізм
беларуская (тарашкевіца)‎: Імпрэсіянізм
български: Импресионизъм
bosanski: Impresionizam
čeština: Impresionismus
kaszëbsczi: Jimpresjonizm
English: Impressionism
Esperanto: Impresionismo
español: Impresionismo
euskara: Inpresionismo
français: Impressionnisme
हिन्दी: प्रभाववाद
hrvatski: Impresionizam
Հայերեն: Իմպրեսիոնիզմ
Bahasa Indonesia: Impresionisme
italiano: Impressionismo
日本語: 印象派
한국어: 인상주의
Кыргызча: Импрессионизм
lietuvių: Impresionizmas
latviešu: Impresionisms
македонски: Импресионизам
Bahasa Melayu: Impresionisme
Nedersaksies: Impressionisme
नेपाली: प्रभाववाद
norsk nynorsk: Impresjonisme
ਪੰਜਾਬੀ: ਪ੍ਰਭਾਵਵਾਦ
polski: Impresjonizm
Piemontèis: Impressionism
پنجابی: امپریشنزم
português: Impressionismo
română: Impresionism
sicilianu: Mprissiunismu
srpskohrvatski / српскохрватски: Impresionizam
Simple English: Impressionism
slovenčina: Impresionizmus
slovenščina: Impresionizem
српски / srpski: Импресионизам
Seeltersk: Impressionismus
Türkmençe: Impressionizm
Türkçe: İzlenimcilik
татарча/tatarça: İmpressionizm
українська: Імпресіонізм
اردو: تاثریت
oʻzbekcha/ўзбекча: Impressionizm
中文: 印象派
Bân-lâm-gú: Ìn-siōng-phài