Hemellichaam

Saturnus, een hemellichaam
Deel van een serie artikelen over

Jonge sterren in Messier 42, gefotografeerd door de Spitzer Space Telescope van NASA
Stervorming in de Orionnevel
––– Algemeen –––

Eclips · Exoplaneet · Hemellichaam · Magnitude ·
Messier · Oerknal · Supernova · Sterrenstelsel · Telescoop


––– Objecten en fenomenen –––

Donkere materie · Gammaflits · Komeet · Maan · Nevel · Neutronenster · Planeet · Quasar · Roodverschuiving · Ster · Zwart gat


––– Vakgebieden –––

Astrobiologie · Astrochemie · Astrofysica · Astrometrie · Kosmologie · Planetologie · Radioastronomie


Portaal Portaalicoon Astronomie

Een hemellichaam of astronomisch object is een voorwerp, een structuur of een samengesteld geheel dat van nature voorkomt in het waarneembare heelal.[1][2] In de sterrenkunde worden de termen object en lichaam vaak door elkaar gebruikt.

Voorbeelden

Het heelal bevat uiteraard enorm veel objecten[3][4][5], onder meer de volgende.

In ons zonnestelsel

  • de Zon, de ster waar we alles aan danken: warmte, licht en het ontstaan van onze Aarde in een vaste baan om de zon.
  • de Aarde
  • onze Maan
  • los stof bij de Aarde in de Kordylewskiwolken
  • Planeten - In ons eigen zonnestelsel hebben we de acht klassieke planeten, waarvoor de namen uit de Griekse en Romeinse oudheid worden gebruikt. (In andere culturen zijn de planeten verbonden met andere, daar vereerde goden.) Pluto werd na zijn ontdekking in 1930 tot 2006 als de negende planeet beschouwd, maar onttroond omdat hij zijn baan rond de zon niet heeft gereinigd van andere, kleine hemellichamen.
  • Manen van planeten
  • Planetoïden (asteroïden)
  • Kometen
  • Oumuamua, een rotsblok dat door ons zonnestelsel heen trok
  • De Oortwolk

In ons Melkwegstelsel

In ons eigen Melkwegstelsel, de Melkweg, komen onder meer voor:

Buiten ons Melkwegstelsel

Naamgeving

1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van betekenissen van namen van hemellichamen voor een verklaring van niet-systematische benamingen.

Hemellichamen kregen en krijgen namen van

  1. godheden, zoals de planeet Jupiter naar de Romeinse god Jupiter, maar ook van
  2. astrologische begrippen als sterrenbeelden (zoals 61 Cygni, "61 van de Zwaan", de ster nummer 61 in het sterrenbeeld Zwaan), van
  3. beroemde mensen (zoals de Magelhaense wolken, naar ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan) of van
  4. degene die ze ontdekt of intensief bestudeerd heeft (zoals de Ster van Barnard, naar de sterrenkundige Edward Emerson Barnard).

In de afgelopen eeuwen zijn regels afgesproken om hemellichamen systematisch een naam te geven.

Manen

Voor manen worden Romeinse cijfers gebruikt. Dit gebruik ontstond in 1610 toen de Italiaanse astronoom Galileo Galileï vier manen van Jupiter ontdekte, die hij Jupiter I, II, III en IV noemde. De Duitse astronoom Simon Marius ontdekte de manen rond dezelfde tijd, maar publiceerde er pas in 1614 over, waarbij hij ze volgens voorstel van Johannes Kepler de namen van vier geliefden van Zeus uit de Griekse mythologie gaf, de Griekse tegenhanger van de Romeinse god Jupiter. Hiermee ontstond de conventie om de planeten naar Romeinse goden te vernoemen, maar hun manen naar Griekse mythologische wezens.

De zesde maan van Saturnus werd ontdekt door Christiaan Huygens in 1655 en in 1847 door John Herschel omgedoopt tot Titan. Deze werd geclassificeerd als Saturnus VI.

Sterren

Voor sterren wordt de Bayer-aanduiding gebruikt, opgesteld in 1603. Deze bestaat uit een letter van het Griekse alfabet (zoals alfa (α), beta (β), en gamma (γ)), gevolgd door de genitief van de Latijnse naam van het sterrenbeeld waar de ster deel van uitmaakt (bijvoorbeeld Aldebaran in het sterrenbeeld Stier (Taurus) is α Tauri (alfa Tauri of alpha Tauri)). Het sterrenbeeld kan daarbij afgekort worden tot drie letters (bijvoorbeeld: Tau is "Tauri"). De sterren binnen het sterrenbeeld werden meestal in volgorde van helderheid benoemd, te beginnen met alfa voor de helderste, zoals Aldebaran, maar dit was niet altijd het geval.

Dubbelsterren

In 1650 werd het bestaan van dubbelsterren ontdekt door de ster Mizar (zeta Ursae Majoris, de zese helderste ster in het sterrenbeeld Grote Beer), die werd begeleid door Alcor (later bleken dit in totaal zes sterren te zijn). Om de twee sterren (componenten) van een dubbelster te onderscheiden, wordt een hoofdletter gebruikt. Dit is belangrijk omdat een kleine letter een exoplaneet aanduidt. Bijvoorbeeld bij Alpha Centauri, waarbij de helderste component A wordt genoemd (Alpha Centauri A/α Centauri A) en de zwakste B (Alpha Centauri B/α Centauri B) en het geheel AB (Alpha Centauri AB/α Centauri AB). Bij een meervoudige ster met meer dan twee componenten gaat men verder met C, D enzovoort. Zo bleek in 1915 dat Alpha Centauri nog een derde ster bezat, Proxima Centauri, en het dus eigenlijk een drievoudige ster is. Proxima Centauri wordt daarom als Alpha Centauri C/α Centauri C geclassificeerd.

Exoplaneten

In 1992 werd het bestaan van exoplaneten bewezen door twee planeten rond de pulsar PSR B1257+12, die daarop PSR B1257+12A en PSR B1257+12B werden genoemd. Dit schiep echter de verwarring dat PSR B1257+12 een dubbelster zou zijn en de twee net ontdekte exoplaneten haar componenten, wat niet het geval is. Dit probleem werd acuut toen in 1999 een exoplaneet om de dubbelster Upsilon Andromedae (het ging om component Upsilon Andromedae A van de dubbelster) werd ontdekt. Sindsdien wordt een exoplaneet aangegeven met een kleine letter achter de sterrenbeeldnaam, beginnend met b (a is de ster zelf). Zo kreeg de nieuwe planeet de naam Upsilon Andromedae b (soms geschreven als Upsilon Andromedae Ab ter onderscheiding van de zwakkere component Upsilon Andromedae B). Sindsdien wordt PSR B1257+12 A ook wel PSR B1257+12 b genoemd, maar de oude naam bestaat nog.
In 2011 werd rond de dubbelster Kepler-16 een exoplaneet ontdekt, die om beide componenten A en B beweegt. Voorlopig heeft deze planeet nog de naam Kepler-16b, maar mocht er een planeet ontdekt worden die slechts om een van beide componenten beweegt, dan zal de naam veranderen in Kepler-16 ABb.

Voorbeeld

Stel dat men ooit een vierde maan (IV) vindt rond een tweede planeet (c) van de zwakke component (B) van de op 12 na helderste dubbelster (ν) in het sterrenbeeld Andromeda (And), dan zal deze met de twaalfde letter van het Griekse alfabet (ν) ν And Bc IV oftewel Nu Andromedae Bc IV heten. (Nu Andromedae bevat echter voor zover bekend geen planeten en er zijn ook nog geen manen buiten het zonnestelsel gevonden).

Tegenwoordig heten de meeste hemellichamen naar

  1. hun catalogusnummer, bijvoorbeeld NGC 7000 of 3C 273,
  2. een code die de auteur(s)/ontdekker(s) aangeeft met een volgnummer, bijvoorbeeld Shapley 1 of SS 433, of
  3. een catalogusaanduiding met daarin de hemelcoördinaten van het object, bijvoorbeeld IRAS 17163-3907 of 2MASS J04414489+2301513.

Indeling van het heelal

Het universum (heelal) kan worden gezien als een samengesteld geheel met verschillende niveaus.[6] Op de grootste schalen bestaat het heelal uit sterrenstelsels. Deze kunnen in groepen en clusters worden ingedeeld, vaak weer binnen grotere superclusters, die op hun beurt samen een web vormen en het hele waarneembare heelal omspannen.[7]

Sterrenstelsels komen voor in vele vormen (morfologieën): onregelmatige, elliptische en schijfachtige vormen, afhankelijk van hun vorming en ontwikkeling (evolutionaire geschiedenis).

Ontstaan van sterren als hemellichamen

Gasachtige materie vormt onder invloed van zijn eigen zwaartekracht alle bestanddelen van een sterrenstelsel. Op deze schaal zijn sterren de bouwstenen, die meestal in clusters voorkomen en ontstaan uit de verschillende nevels die zich samentrekken.[8] Alle vormen die een ster kan aannemen worden vrijwel geheel bepaald door de massa, de chemische samenstelling en de ontwikkeling van deze sterren.

De verschillende soorten sterren kunnen worden weergegeven in een Hertzsprung-Russell diagram (H-R diagram), een grafiek waarin de absolute helderheid van een ster wordt uitgezet tegen de oppervlaktetemperatuur. Elke ster volgt in dit diagram tijdens zijn ontwikkeling een bepaald evolutionair spoor. Afhankelijk van de oorspronkelijke massa van de ster en de aanwezigheid of afwezigheid van een ander hemellichaam dat meebeweegt, kan een ster het laatste deel van zijn levensduur doorbrengen als een compacte ster, namelijk als een witte dwerg, een neutronenster of een zwart gat.

Zie ook

In andere talen
Afrikaans: Hemelliggaam
Alemannisch: Himmelskörper
العربية: جرم فلكي
azərbaycanca: Göy cisimləri
беларуская (тарашкевіца)‎: Астранамічны аб’ект
brezhoneg: Korf-egor
dolnoserbski: Astronomiski objekt
Ελληνικά: Ουράνιο σώμα
Esperanto: Astro
eesti: Taevakeha
euskara: Argizagi
français: Objet céleste
Avañe'ẽ: Yvága mba'e
עברית: גרם שמיים
hrvatski: Nebesko tijelo
magyar: Égitest
Bahasa Indonesia: Benda langit
Ido: Astro
italiano: Oggetto celeste
ᐃᓄᒃᑎᑐᑦ/inuktitut: ᐅᓪᓗᒋᐊᒃ
日本語: 天体
ქართული: ციური სხეული
Taqbaylit: Tafekka tagnnawt
한국어: 천체
Lëtzebuergesch: Himmelskierper
Limburgs: Hieëmellichaam
Bahasa Melayu: Objek astronomi
norsk nynorsk: Himmellekam
ਪੰਜਾਬੀ: ਖਗੋਲੀ ਚੀਜ਼
português: Corpo celeste
română: Corp ceresc
sicilianu: Corpu cilesti
srpskohrvatski / српскохрватски: Nebesko tijelo
Simple English: Astronomical object
slovenščina: Astronomsko telo
српски / srpski: Небеско тело
svenska: Himlakropp
татарча/tatarça: Күк җисеме
Tiếng Việt: Thiên thể
West-Vlams: Hemellichoam
吴语: 天体
中文: 天體
文言: 天體
Bân-lâm-gú: Thian-thé
粵語: 天體