Groter-Friesland

Fries gebied in de vroege middeleeuwen
1rightarrow blue.svg Zie ook: Magna Frisia

De term Groter-Friesland, doorgaans Groot-Friesland, ook wel Friesland in brede zin genoemd, wordt gebruikt om het Friese cultuurgebied in Nederland en Duitsland te kenschetsen. Hij is ontleend aan de term Magna Frisia, waarmee de vroeg-middeleeuwse Friese invloedsfeer tussen Zwin en Wezer wordt aangeduid. Beide benamingen zijn niet historisch.

De benaming Groot-Friesland duikt vanaf ongeveer 1875 op in historische publicaties. De contacten tussen de huidige provincie Friesland en de Duitse regio's Oost-Friesland en Noord-Friesland werden sinds 1925 geïntensiveerd op internationale Friezencongressen (Friesentagungen), die ook wel als Groot-Friesche congressen werden gekenschetst. Doorgaans spreekt men in dit verband over de Drie Frieslanden. Nadat de nazibeweging zich over deze Groot-Friese beweging ontfermde, raakte de bijbehorende terminologie omstreden. Historici reserveerden de term voor het middeleeuwse cultuurgebied.

De term Groter-Friesland werd in 1954 geïntroduceerd door de Friese museumdirecteur Pieter Boeles, die daarmee afstand wilde nemen van het voor-oorlogse taalgebruik. In dit verband spreekt men sinds ongeveer 1960 vooral over interfriese contacten. De onderlinge samenwerking bestaat al sinds de jaren '20, maar is sinds 1999 geïnstitutionaliseerd in de Fryske Rie of 'Interfriese Raad' (Duits: Friesenrat).

De contacten tussen de Friese gewesten overlappen gedeeltelijk met die binnen het trilaterale Wadden Sea Forum en binnen het politieke samenwerkingsverband Eems Dollard Regio (EDR). Kritiek kwam sinds 2003 vooral van de Groep fan Auwerk, die streeft naar een autonome deelstaat Nieuw-Friesland binnen Europa, waarbinnen ook Groningen, Dithmarschen en de Elbemonding een plaats zouden moeten hebben.

Wisselende omvang

'Friesland in brede zin' is een gebied dat door de jaren sterk in omvang is veranderd. Zo werd in de Lex Frisionum uit het begin van de negende eeuw gesproken over Friezen die leefden tussen Sincfal (het latere Zwin) en de Wezer, inclusief Utrecht en Dorestad. Na de middeleeuwen werd de benaming 'Fries' in Nederland steeds meer beperkt tot de bewoners van het gebied tussen het Vlie en de Lauwers, dus de huidige provincie Friesland. Daarbij worden sinds het midden van de 20e eeuw ook de eilanden Terschelling (waar twee Friese dialecten worden gesproken) en Vlieland gerekend.

De regio West-Friesland heeft wel vastgehouden aan de naam, maar niet aan een identiteitsbesef dat boven de grenzen van de eigen regio uitgrijpt. In het West-Friese dialect zijn nog wel Friese relicten te vinden. De Groninger Ommelanden (ook wel Oosterlauwers Friesland genoemd) betitelden zichzelf tot het einde van de 16e eeuw als Klein-Friesland, maar in de 17e en 18e eeuw ging men in het gewest Stad en Lande eerder de nadruk leggen op de verschillen met de buurprovincie. Dit had vermoedelijk niet alleen te maken met de de politieke en economische dominantie van de Stad Groningen, maar tevens met de rivaliteit tussen Groningse en Friese (c.q. Friestalige) elites. Ook in het Groningerland zijn overigens Friese relicten in het Nedersaksische dialect bewaard gebleven.

In de Duitse deelstaat Nedersaksen noemt de bevolking van Oost-Friesland zich doorgaans Fries (Freesk), hoewel de voertaal hier - net als in Groningen - sinds het einde van de middeleeuwen Nedersaksisch is. De Friese identiteit werkt ook door in buurdistricten als het Jeverland, de Friesische Wehde, Butjadingen en het Land Wursten (waar de Friese taal in de 17e eeuw verdween). Het Saterland vormt een Friestalige (en katholieke) enclave in het Oldenburger Münsterland, die in de middeleeuwen vanuit Oost-Friesland werd gekoloniseerd. Omdat dit gebied lange tijd vrij geïsoleerd was, kon het oorspronkelijke Oostfries hier (weliswaar sterk vermengd met het Nedersaksisch) bewaard blijven.

In Sleeswijk-Holstein (tot 1864 Deens) bleef het Friese identiteitsbesef aanvankelijk beperkt tot Friestalige streken ten noorden van de Eider, waar sterk van elkaar verschillende Friese dialecten werden gesproken. Vanaf het midden van de 19e eeuw eeuw ontstond hier een versterkt identiteitsbesef, dat ook het Nedersaksisch sprekende Eiderstedt en de omgeving van Husum, na 1890 tevens Helgoland omvatte.

In andere talen
Ænglisc: Fresland
العربية: فريزيا
Boarisch: Friesland
български: Фризия
brezhoneg: Frizia
català: Frísia
Cymraeg: Ffrisia
dansk: Frisland
Deutsch: Frieslande
Ελληνικά: Φρισία
English: Frisia
eesti: Friisimaa
euskara: Frisia
suomi: Friisia
føroyskt: Frísaland
עברית: פריזיה
hrvatski: Frizija
italiano: Frisia
ქართული: ფრიზია
한국어: 프리슬란트
македонски: Фризија
مازِرونی: فریزلند
Plattdüütsch: Freesland
Nedersaksies: Fraislaand (regio)
norsk: Friesland
português: Frísia
srpskohrvatski / српскохрватски: Frizija
Simple English: Frisia
српски / srpski: Фризија
Seeltersk: Fräislound
اردو: فریسیا
中文: 弗里西亞
Bân-lâm-gú: Frisia