George Edward Moore

George Edward Moore

George Edward Moore, bekend als G.E. Moore (Londen, 4 november 1873 - Cambridge, 24 oktober 1958), was een invloedrijk Engels filosoof, die studeerde en later hoogleraar werd aan de universiteit van Cambridge. Hij was, samen met Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, en (voor hem) Gottlob Frege, een van de grondleggers van de analytische filosofie.

Moore geniet bekendheid door zijn verdediging van een ethisch non-naturalisme,[1] zijn klemtoon op gezond verstand in het filosofische discours, en door de naar hem genoemde Paradox van Moore. Hij werd bewonderd door andere filosofen en door de Bloomsburygroep, maar is (in tegenstelling tot zijn vriend en collega Russell) minder bekend buiten de academische wereld. Moores essays getuigen van een duidelijke en omzichtige schrijfstijl, en een methodische en geduldige aanpak van filosofische problemen.

Zijn bekendste werken zijn Principia Ethica waarin hij de term "naturalistische dwaling" (naturalistic fallacy) introduceerde, en zijn essays The Refutation of Idealism, A Defence of Common Sense, en A Proof of the External World.

In andere talen