Brout-Englert-Higgsveld

Potentiaal van het BEH-veld verticaal tegen de reële en imaginaire component van de golffunctie horizontaal

Het Brout-Englert-Higgsveld (BEH-veld of kortweg Higgsveld) is een hypothetisch energieveld, dat volgens de theorie de massa van de elementaire deeltjes veroorzaakt.

Het Brout-Englert-Higgsveld heeft de status van een wetenschappelijke hypothese (veronderstelling): het zou moeten bestaan om het standaardmodel van de deeltjesfysica kloppend te maken.De dragers van het Brout-Englert-Higgsveld noemt men higgsbosonen. Op 4 juli 2012 werd door wetenschappers van CERN officieel bekendgemaakt dat het higgsboson waarschijnlijk experimenteel ontdekt is, hoewel nieuwe metingen nog uitsluitsel moeten geven.[1]

Beschrijving

Zonder massa (traagheid) is het kleinste duwtje al genoeg om iets snel weg te laten schieten, dus zou alles met de lichtsnelheid door elkaar heen moeten vliegen. Dat is klaarblijkelijk niet zo, en op 31 augustus 1964 publiceerden de Belgische natuurkundigen François Englert en Robert Brout een manier om de massa van elementaire deeltjes te verklaren.[2] Het higgsboson, waarnaar sinds 2008 met de Large Hadron Collider gezocht wordt, werd echter vernoemd naar Peter Higgs, die op 15 september 1964, dus na Englert en Brout, een soortgelijke theorie publiceerde. Het BEH-veld verklaart het bestaan van traagheid met de toevoeging van een extra energieveld aan het standaardmodel.

Simplistisch gezegd zijn higgsbosonen de klontjes in een dikke soep (het BEH-veld) waar alle deeltjes doorheen bewegen; hoe meer higgsbosonen er aan een deeltje 'blijven plakken', hoe moeilijker het beweegt en hoe meer massa het deeltje dat erdoorheen beweegt dus heeft. Het BEH-veld zou een alom aanwezig energieveld moeten zijn, waar alle deeltjes hun massa aan ontlenen.

In andere talen