Bloem (plant)

Kievitsbloem (Fritillaria meleagris). Er zijn twee bloembladen en een meeldraad verwijderd om een beter zicht te krijgen op de bloemonderdelen.
Wortelloos kroos en veelwortelig kroos

Een bloem is het deel van een plant waarin de organen voor geslachtelijke voortplanting bij elkaar staan. Bloemen zijn kenmerkend voor planten die tot de bedektzadigen (Angiospermae, Magnoliophyta en Anthophyta of bloemplanten) behoren. Bloemen zijn alleenstaand, of staan min of meer gegroepeerd in kenmerkende bloeiwijzen.

De plantengroep bloemplanten omvat zeer uiteenlopende planten, van het lage straatgras tot de hoog opgroeiende paardenkastanje. Als kleinste bloemplant in de Lage Landen wordt de wortelloos kroos (Wolffia arrhiza), van 0,5-1,5 mm groot, beschouwd.

Bloeiwijzen en bloemen vormen een belangrijk middel om plantensoorten te determineren. Linnaeus gebruikte de kenmerken van de bloem oorspronkelijk als leidend voor de taxonomische indeling van het plantenrijk.

Algemene opbouw

Het volgende schema laat zien hoe een volledige (perfecte), tweeslachtige of hermafrodiete bloem is opgebouwd uit de bloemdelen. Van buiten naar binnen (dus van beneden naar boven) zijn te onderscheiden:

Vereenvoudigd schema van een volledige bloem
Bluete-Schema.svg
  • bloeiwijze
    • bloemstengel
    • (1) bloembodem
      • bloemdek (perigonium) of
         bloembekleedselen, perianth
        • (2) kelkbladen (sepalen)
        • (3) kroonbladen (petalen)
      • (4) meeldraden (androecium)
        • helmdraad (filament)
        • helmknop (anthere)
      • (5) de stamper (pistillum)
        • het vruchtbeginsel (gynoecium)
        • stijl en
        • stempel
Onderdelen van de bloem

Niet alle onderdelen zijn bij elke bloem aanwezig; deze bloemen heten onvolledig of imperfect. Sommige bloemen hebben geen kelkbladen of geen kroonbladen ( Noorse esdoorn), of zelfs in het geheel geen kelk- of kroonbladen (bijvoorbeeld wilgekatjes). Bij een aantal families is er geen onderscheid tussen kelkbladen en kroonbladen, maar spreekt men van bloemdekbladen. Ook kunnen de kroonbladen ontbreken, maar zijn er wel gekleurde kelkbladen, zoals bij de kievitsbloem en de bosanemoon.

Soms is er op de bloemstengel een bijkelk (epicalyx) aanwezig. Dit is een krans van kelkachtige blaadjes, die echter niet tot de kelk behoren. Een voorbeeld hiervan is de bijkelk van Muskuskaasjeskruid, die bestaat uit drie lijn- tot lancetvormige blaadjes.

Een bloem, die òf stampers òf meeldraden (maar niet beide) heeft, is een eenslachtige bloem. Een bloem met alleen één of meer stampers is een vrouwelijke bloem; een bloem met alleen meeldraden is een mannelijke bloem. Bij windbestuivers zijn de bloemen vaak eenslachtig.

Een tweeslachtige bloem heeft zowel stampers als meeldraden.

Om de bouw van een bepaalde soort bloem op een beknopte wijze weer te geven wordt de bloemformule gebruikt, aangevuld met het bloemdiagram.

Bloembodem

Aardbei (Fragaria vesca). Lengtedoorsnede van vlezige bloembodem.

De bloembodem is het soms verbrede, maar gewoonlijk sterk verkorte eind van de stengel waarop de delen van de bloem staan ingeplant. In de regel zijn de leden en de knopen niet te onderscheiden. Als onderdelen van de bloembodem zijn te onderscheiden: [1]

  1. de meeldraaddrager (androfoor), waarop de meeldraden zijn ingeplant
  2. de stamperdrager (gynofoor), waarop de stamper(s) staan
  3. de androgynofoor (combinatie van de stamperdrager en de meeldraaddrager)
  4. de schijf, een verdikking die vaak bestaat uit honingklieren

De vorm van de bloembodem en de plaats van de stamper(s) geven aanleiding tot het volgende onderscheid van bloemtypen:

  • onderstandige (hypogynische) bloemen, met de bloembekleedsels en de meeldraden lager ingeplant dan de stampers
  • perigynische bloemen, met vrijstaande stamper
  • bovenstandige (epigynische) bloemen, bloembekleedsel schijnbaar op het vruchtbeginsel geplaatst

Bloembekleedselen

Als er een duidelijk onderscheid is tussen kelk en bloemkroon spreekt men van bloembekleedselen, anders van bloemdek.

De kelk

De kelk (calyx) [2] is de buitenste krans van bloembekleedselen van de bloem en staat ingeplant op de bloembodem. De kelk kan bestaan uit kelkbladeren (sepalen) of uit haren (die later het vruchtpluis vormen.

De kelkbladeren kunnen vrij staan (losbladige kelk) of min of meer vergroeid (vergroeidbladige kelk) zijn en zo een kelkbuis vormen. De kelk is regelmatig (straalsgewijs symmetrisch of actinomorf) of tweezijdig symmetrisch (zygomorf), bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een spoor of van een onderlip en een bovenlip.

Meestal is de kelk groen, maar deze kan ook gekleurd zijn. De kan blijvend zijn en ook nog aan de vrucht aanwezig, maar de kelk kan ook direct bij de vruchtzetting afvallen of zelfs voordat de bloem geheel geopend is.

De kroon

De kroonbladeren danken hun naam aan het feit dat ze vrijwel bovenaan de bloem zitten, zodat het lijkt alsof het het kroontje van de bloem is. Een kroonblad bestaat uit de nagel (het smalle onderste gedeelte), de plaat (het brede, platte bovenste gedeelte) en soms een spoor (cilindervormige uitzakking van het kroonblad, meestal met nectar). De kroon kan voorzien zijn van een honingmerk, waardoor bijen en dergelijke worden aangelokt.

Bloemen zijn van nature enkelbloemig, gekweekte vormen hebben vaak meer of minder gevulde bloemen. Als er twee kransen van bloembladen zijn, wordt van halfgevuld gesproken. Zijn er meer dan twee kransen van bloembladen dan wordt van gevuldbloemig gesproken.

De pioenroos is een voorbeeld van bloemen waarbij bij gekweekte soorten extreem gevulde bloemen kunnen voorkomen. De roos, als snijbloem, is ook een duidelijk voorbeeld van een gevuldbloemige bloem. Er zijn ook enkelbloemige cultivars van de roos, die wel in tuinen worden aangeplant. Er is ook een oud enkelbloemig ras 'Sepharin Drouin' dat heerlijk geurt en stekelloos is. De hondsroos en de egelantier zijn voorbeelden van enkelbloemige wilde rozen.

Sporofyllen

Er zijn vrouwelijke en mannelijke sporofyllen, die bij eenhuizige planten samen te vinden zijn op één plant. De vrouwelijke sporofyllen zijn gewoonlijk met elkaar vergroeid en vormen de de stamper, de mannelijke sporofyllen zijn gewoonlijk goed te herkennen als meeldraden.

Stampers

1rightarrow blue.svg Zie Stamper (plant) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De binnenste krans heeft één of meer stampers opgebouwd uit één of meer al of niet vergroeide vruchtbladen of carpellen (de vrouwelijke sporofyllen) en vormt

Ook kunnen er één of meer honingklieren (nectarium) aanwezig zijn.

Na de bevruchting groeien de zaadknoppen uit tot zaden, en het vruchtbeginsel tot een vrucht. Op dit algemene patroon zijn er veel variaties.

Meeldraden

1rightarrow blue.svg Zie Meeldraad voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Schema van Linnaeus met 24 klassen:
A: Monandria, B: Diandria, C: Triandria, D: Tetrandria, E: Pentandria, F: Hexandria, G: Heptandria, H: Octandria, I: Enneandria, K: Decandria, L: Dodecandria, M: Icosandria, N: Polyandria, O: Didynamia, P: Tetradynamia, Q: Monadelphia, R: Diadelphia, S: Polyadelphia, T: Syngenesia, U: Gynandria, V: Monoecia, X: Dioecia, Y: Polygamia, Z: Cryptogamia

De meeldraden zijn de mannelijke sporofyllen. Ze produceren het stuifmeel (de microsporen). De meeldraden kunnen op diverse manieren opgesteld staan.

  1. Als er evenveel of minder meeldraden zijn als bloemkroonbladeren:
    • epipetaal (meeldraden tegenover kroonbladen),
    • episepaal (meeldraden tegenover kelkbladen)
  2. Als er tweemaal zoveel meeldraden zijn als bloemkroonbladeren:
    • obdiplostemoon (binnenste krans van meeldraden tegenover kroonbladen en buitenste tegenover kelkbladen) of
    • diplostemoon (binnenste krans van meeldraden tegenover kelkbladen en buitenste tegenover kroonbladen) ingeplant zijn.

In sommige gevallen zijn de meeldraden van verschillende lengte.

  • De meeldraden heten tweemachtig als er twee korte en twee lange meeldraden zijn.
  • De meeldraden heten viermachtig als er twee korte en vier lange meeldraden zijn.

Onder helmstijlige bloemen verstaat men de bloemen waar de meeldraden vergroeid zijn met de stamper. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kaasjeskruid (Malva).

De volgorde van rijping van de meeldraden kan zijn:

  • centripetaal (van de buitenste naar de binnenste) of
  • centrifugaal (van de binnenste naar de buitenste).

Classificatie

In de 18e eeuw plaatste Linnaeus bloemen in een schema, op basis van hun reproductie-organen. Dit schema is sinds lang verlaten. Er bestaan nu verschillende soorten indelingen.

In andere talen
Afrikaans: Blom
Alemannisch: Blüte
aragonés: Flor
العربية: زهرة (نبات)
ܐܪܡܝܐ: ܗܒܒܐ
অসমীয়া: ফুল
asturianu: Flor
Aymar aru: Panqara
azərbaycanca: Çiçək
башҡортса: Сәскә
Boarisch: Bliah
žemaitėška: Žėids
беларуская: Кветка
беларуская (тарашкевіца)‎: Кветка
български: Цвят (ботаника)
भोजपुरी: फूल
Bislama: Flaoa
Bahasa Banjar: Kambang
বাংলা: ফুল
བོད་ཡིག: མེ་ཏོག
brezhoneg: Bleuñv
bosanski: Cvijet
буряад: Сэсэг
català: Flor
Mìng-dĕ̤ng-ngṳ̄: Huă
کوردی: گوڵ
čeština: Květ
Чӑвашла: Чечек
Cymraeg: Blodeuyn
dansk: Blomst
Deutsch: Blüte
Ελληνικά: Άνθος
English: Flower
Esperanto: Floro
español: Flor
eesti: Õis
euskara: Lore
فارسی: گل
suomi: Kukka
français: Fleur
Frysk: Blom
贛語:
Gàidhlig: Blàth
galego: Flor
Avañe'ẽ: Yvoty
ગુજરાતી: ફૂલ
客家語/Hak-kâ-ngî:
עברית: פרח
हिन्दी: पुष्प
hrvatski: Cvijet
hornjoserbsce: Kćenje
Kreyòl ayisyen: Flè
Հայերեն: Ծաղիկ
Bahasa Indonesia: Bunga
Igbo: Ìfulū
Ilokano: Sabong
Ido: Floro
íslenska: Blóm
italiano: Fiore
ᐃᓄᒃᑎᑐᑦ/inuktitut: ᐱᕈᖅᑐᓴᔭᖅ/piruqtusajaq
日本語:
Patois: Flowaz
Basa Jawa: Kembang
ქართული: ყვავილი
қазақша: Гүл
ಕನ್ನಡ: ಹೂವು
한국어:
Kurdî: Kulîlk
Кыргызча: Гүл
Latina: Flos
лакку: ТӀутӀи
лезги: Цуьк
Luganda: Ekimuli
Limburgs: Bloom (plantj)
lumbaart: Fiùr
lingála: Lómbé
lietuvių: Žiedas
latviešu: Zieds
मैथिली: फूल
олык марий: Пеледыш (кушкыл)
македонски: Цвет
മലയാളം: പൂവ്
मराठी: फूल
кырык мары: Пеледӹш
Bahasa Melayu: Bunga
Mirandés: Frol
မြန်မာဘာသာ: ပန်း
مازِرونی: گال
Nāhuatl: Xochitl
Plattdüütsch: Blöte
Nedersaksies: Bloeme
नेपाली: फूल
नेपाल भाषा: स्वां
norsk nynorsk: Blome
norsk: Blomst
occitan: Flor
ଓଡ଼ିଆ: ଫୁଲ
ਪੰਜਾਬੀ: ਫੁੱਲ
Deitsch: Blumm
polski: Kwiat
پنجابی: پھل
پښتو: گل
português: Flor
Runa Simi: Tuktu
română: Floare
armãneashti: Lilici
русский: Цветок
संस्कृतम्: पुष्पाणि
саха тыла: Чэчик
sicilianu: Ciuri
Scots: Flouer
سنڌي: گل
srpskohrvatski / српскохрватски: Cvijet
සිංහල: මල්
Simple English: Flower
slovenčina: Kvet
slovenščina: Cvet
chiShona: Ruva
Soomaaliga: Ubax
српски / srpski: Цвет
Basa Sunda: Kembang
svenska: Blomma
Kiswahili: Ua
தமிழ்: மலர்
తెలుగు: పుష్పము
тоҷикӣ: Гул
ไทย: ดอก
Tagalog: Bulaklak
Türkçe: Çiçek
удмурт: Сяська
ئۇيغۇرچە / Uyghurche: گۈل
українська: Квітка
اردو: پھول
oʻzbekcha/ўзбекча: Gul
vèneto: Fior
vepsän kel’: Änik
Tiếng Việt: Hoa
Winaray: Bukád
isiXhosa: Intyatyambo
მარგალური: პეული
ייִדיש: בלום
Vahcuengh: Va
中文:
Bân-lâm-gú: Hoe
粵語: